Drie vragen aan het multidisciplinaire team

07 december 2017

Waarom werd er gekozen voor een dagziekenhuis? Kwam die vraag van het terrein of wordt hiermee ingespeeld op de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg?

Het Regionaal Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg Les Marronniers beschikt over 30 A-bedden (daghospitalisatie). De verhuizing van 20 A-bedden van de RCGG-site in Doornik naar Aat leek ons heel vanzelfsprekend k toen we een gemoderniseerde infrastructuur aan de patiënten wilden aanbieden. We wilden inderdaad zowel het zorgproject aanpassen als tegemoet komen aan de vraag van de bevolking van de regio Aat. De keuze voor een vestiging ‘buiten de muren’ van het ziekenhuis voldoet ook aan de doelstellingen van de hervorming van de geestelijke gezondheidszorg, die patiënten zo dicht mogelijk bij hun thuisomgeving wil laten behandelen. L’arbre à soi biedt zorg voor patiënten die lijden aan diverse psychiatrische aandoeningen of psychische stoornissen, zoals alcoholisme, depressie, psychose, borderline.

De patiënten worden gevolgd over een periode van 3 maanden. Waar liggen de grenzen van de follow-up? Hoe wordt er samengewerkt met het klassieke ziekenhuis en met de huisartsen?

De follow-up over een periode van 3 maanden heeft het voordeel de patiënt gemakkelijker te mobiliseren voor het project. Wij merken dat de inzet groter is dan wanneer over een langere periode wordt gewerkt. Deze kortere opnameduur leidt ertoe dat het team meer met het thuisnetwerk samenwerkt, want na de periode van 3 maanden heeft de patiënt nog steeds ondersteuning nodig. Er moet van bij de start aan deze samenwerkingen worden gedacht opdat ze doeltreffend zouden zijn bij het ontslag en opdat het project van de patiënt vruchten zou afwerpen. Het is de start van een verandering die ook nadien doorgaat. Het is van essentieel belang om vanaf het begin van het project de externe belanghebbenden erbij te betrekken, ongeacht het gezondheidswerkers zijn of niet (familie, omgeving, werk, vrije tijd, enz.).

Het doel van het dagziekenhuis is om een volledige ziekenhuisopname te voorkomen en het de patiënt mogelijk te maken in zijn vertrouwde omgeving te blijven. Dit zorgaanbod kan ook de overgang vormen na een volledige ziekenhuisopname om de toestand van de patiënt te consolideren en de steun niet al te plots te stoppen. Als we vinden dat het dagziekenhuis niet voldoet voor de problematiek van de patiënt, kunnen we deze doorverwijzen voor een klassieke ziekenhuisopname. Maar voor een aantal zal een volledige ziekenhuisopname nooit nodig zijn. Er wordt een samenwerking opgezet met de behandelende arts van elke patiënt. Meteen bij aankomt, doet de psychiater van de dienst voorstellen voor onderzoeken die hij noodzakelijk acht in functie van het intakegesprek en de klinische toestand van elke persoon en deze worden door de verpleegkundige aan de behandelende arts doorgegeven. Op deze manier wordt de behandelende arts op de hoogte gebracht van de opname van zijn patiënt, wordt in overleg de balans opgemaakt van de reeds uitgevoerde follow-up en wordt samen de eventuele noodzaak besproken van aanvullende onderzoeken (bloedtest, EEG, ECG, … ). Er wordt bij elke opname systematisch contact opgenomen met de behandelende arts, die de geschiedenis van zijn patiënt kent. Hij zal na de drie maanden ook de zorg weer overnemen. Heel het somatische aspect wordt aangepakt in nauwe samenwerking met de arts (bijvoorbeeld de onderzoeken die moeten gebeuren tijdens een ontwenningskuur voor alcoholverslaving).

Welke echo’s kregen jullie sinds de inhuldiging van L’arbre à soi?

We ontvingen heel wat positieve feedback van het netwerk dat het belang benadrukt van een dergelijke structuur in de regio. De vraag is zelfs zo groot dat L’arbre à soi nauwelijks een maand na opening al volledig volzet is en er een wachtlijst bestaat. We werden ook gevraagd om het project te integreren in een breder netwerk: sociaal overleg, partnerschap met een plan voor sociale cohesie, deelname aan de functiecommissie inzake sociaal-professionele en culturele integratie, deelname aan platformen zoals CAHO (Coordination des assuétudes du Hainaut occidental).