“Dagchirurgie vraagt een hecht, stabiel team”

07 december 2017

“Een goed chirurgisch dagziekenhuis uitbouwen vraagt flexibiliteit èn een strakke regie. Dat lukt nooit als een ziekenhuis gelijk een duivenkot is.” Orthopedisch chirurg Jo Maes is ook medisch diensthoofd van het Chirurgisch DagCentrum (CDC) van het AZ Sint-Blasius in Dendermonde. Vijf jaar geleden gooide het ziekenhuis het roer om en startte men met een afgescheiden centrum voor dagchirurgie. Vijf jaar later barst het al uit haar voegen…

Ziekenhuizen hebben vaak één gemeenschappelijk kenmerk: het zijn vierkante of rechthoekige blokken. Zo niet in Dendermonde. Daar is het CDC meteen ook een eyecatcher: helemaal rond en van binnen warm en comfortabel, met veel groen en zicht op groen. “Dat was precies wat we ook wilden”, zegt Kathleen Van Overwalle, hoofdverpleegkundige van het CDC. “Doorheen de hele filosofie van dit dagcentrum, wilden we vooral dat alles rond de patiënt draait. Figuurlijk en in ons geval ook letterlijk.”

De patiënt draait inderdaad de cirkel mee. Het is immers de bedoeling dat hij het hele traject op een heel natuurlijke manier doorloopt. “We zijn daar vrij ver in gegaan. De patiënt heeft een eigen parking, komt via een aparte ingang binnen en heeft nauwelijks contact met het eigenlijke ziekenhuis.”

De wachtzaal is opvallend klein. “Dat komt omdat wij onze patiënten ook niet laten wachten”, lacht Kathleen Van Overwalle. “Wij maken de planning een dag eerder op. De patiënt krijgt in den beginne ook alleen maar een datum waarop hij zal geopereerd worden. Onze onthaalmedewerker belt de dag vooraf de patiënt met alle informatie. De onthaalmedewerker herhaalt dan ook nog eens wat de patiënt noodzakelijk moet weten, zoals bijvoorbeeld het feit dat hij nuchter moet zijn. De patiënt weet dus pas de dag voor de operatie hoe laat hij hier moet zijn. En wij maken er een erezaak van dat die patiënt niet langer dan een halfuur moet wachten vooraleer hij wordt geopereerd.”

De patiënt die lopend binnenkomt, gaat ook lopend buiten. Hij kleedt zich om en krijgt een locker met een eigen sleutel die hij meeneemt naar het OK. Hij stapt ook zelf naar het OK, tot voor de operatie zijn hier geen bedden te bespeuren. “Wij willen hem vooral de boodschap geven dat hij niet ziek en bedlegerig is, maar wel een behandeling nodig heeft. En dat hij die in alle comfort zal krijgen.”

Organisatie

Het ziet eruit alsof alles naadloos verloopt, maar de organisatie van dit alles heeft behoorlijk wat voeten in de aarde. Daarbij zijn keuzes gemaakt die niet altijd even evident waren, getuigt ook medisch diensthoofd van het CDC, Jo Maes. “Vroeger was het chirurgisch dagcentrum in het ziekenhuis geïncorporeerd. We hebben toen, eigenlijk in navolging van UZ Leuven, gekozen voor een afzonderlijk dagziekenhuis. Maar we konden en mochten het personeelsbestand niet uitbreiden. Daarom hebben we bepaalde keuzes moeten maken. Zo sluiten we een paar weken in de grote vakantie. Niet alleen omdat er dan minder patiënten zijn, maar ook om onze mensen toe te laten vakantie te nemen. Ook het sluitingsuur ’s avonds hanteren we strikt.”

Het voordeel van het CDC is vanzelfsprekend dat het om planbare zorg gaat. “Maar net dat voordeel houdt ook een valkuil in”, vindt dokter Maes. “Want al wordt er vanuit de overheid sterk op aangedrongen om zoveel mogelijk ingrepen via daghospitalisatie te doen, toch zijn daar grenzen aan. Hier in Dendermonde zijn we echt alert voor die grenzen. Bepaalde ingrepen kun je inderdaad zonder probleem uitvoeren, maar wat met de nazorg? Als je een patiënt in dagchirurgie gaat behandelen en hij wordt nadien toch opgenomen in het ziekenhuis omdat er bijvoorbeeld ernstige doorbraakpijnen zijn, is het comfort voor de patiënt nihil. Als ziekenhuis word je er ook zwaar op gepenaliseerd. Dagchirurgie op zich is prima, maar je mag die ook niet teveel gaan pushen.”

Comfort patiënt

Op sommige zaken kun je wel anticiperen. Zo komen patiënten die onder volledige narcose gebracht moeten worden, eerst aan de beurt en pas daarna de lokale anesthesie. De laatste ingrepen vinden plaats om 17:00, zodat de recovery en nazorg nog binnen de uren valt. “Sommige ziekenhuizen organiseren hun dagchirurgie tot middernacht”, getuigt dokter Maes. “En dan komen we weer op onze centrale filosofie: wat betekent dat voor de patiënt? Een patiënt die je om 22u ‘s avonds nog op een of andere manier moet thuis zien te krijgen…. Dit is een boot die we in az Sint-Blasius willen afhouden.”

Dokter Maes ziet ook dat dagchirurgie als geïsoleerde benadering kostenbesparend kan zijn, maar dat men vergeet om de kosten die voortvloeien uit een ultrakort verblijf bij te rekenen. “Bij bepaalde operaties in dagchirurgie, moet de patiënt een paar dagen later zeker terugkomen voor controle. Een controle die bij een opname met overnachting automatisch de volgende dag zou gebeuren, waardoor de patiënt pas maanden later op controle moet komen. Kosten besparen mag niet de (enige) reden zijn om de afweging voor dagchirurgie te maken, wel het voordeel voor de patiënt. Je moet altijd alle aspecten in beschouwing nemen.”

Het systeem van daghospitalisatie vraagt ook heel wat flexibiliteit van de artsen. “Je werkt met gesplitste lijsten, wat wil zeggen dat je soms ook moet gaan schuiven en verschuiven. Het centrum van de behandeling is niet langer de chirurg, maar wel de patiënt. Het is dan ook de verpleegkundige die de uurplanning voor de volgende dag opmaakt. Vaak hebben zij een veel beter zicht op alle planningsaspecten dan de chirurg. En ja, voor sommige chirurgen was dat erg aanpassen… maar nu zijn ze wel tevreden”, lacht dokter Maes.

En dan is er nog het – toch wel heikele onderwerp van het – preoperatieve onderzoek. “Hier in de regio zijn er afspraken met de huisarts dat de patiënt voor een doorsnee preoperatieve onderzoek naar hem of haar gaat”, zegt dokter Maes. “De huisarts, met zijn kennis van de historiek van de patiënt, is best geplaatst om de pre-operatieve onderzoeken te coördineren.” Hoofdverpleegkundige Kathleen begrijpt de visie van het ziekenhuis, maar ziet ook aandachtspunten. “De meeste huisartsen kwijten zich fantastisch van hun taak, maar sommigen zijn overbevraagd en zien het preoperatief dossier als een formulier dat ze alleen maar moeten aftekenen. En dat houdt risico’s in. In onze regio hebben we echter een zeer goede samenwerking met de huisartsen, met werkgroepen waarin voortdurend aan een steeds betere afstemming van de zorg wordt gewerkt.”

“De eindbeslissing of een ingreep al dan niet kan doorgaan, ligt altijd bij de anesthesist die, zonder dat hij daarop aangesproken wordt, zonder aarzelen een ‘go’ of een ‘stop’ kan opleggen”, reageert dokter Maes.

Désirée De Poot

Opleiding komt tekort!

“De expertise die men van een instrumentist verwacht, is niet te onderschatten. En toch zien wij nog altijd hoe verpleegkundigen de school verlaten zonder dat ze er ook maar enige opleiding in hebben gehad. Alles leren ze on the floor.” Als het van hoofdverpleegkundige Kathleen Van Overwalle afhangt, zou instrumentist een specialisatie binnen de verpleegkunde moeten zijn.

“Wij zijn een regionaal ziekenhuis. Dat wil zeggen dat wij, per OK, één verpleegkundige hebben die alles in de gaten moet houden. In de universitaire ziekenhuizen zie je OK’s met drie verpleegkundigen-instrumentisten die meer betaald worden, meer vakantie hebben en minder werkdruk. We zien dus letterlijk hoe goede verpleegkundigen als een magneet naar die universitaire ziekenhuizen worden gezogen. Als regionaal ziekenhuis moeten we het hierin van onze belangrijkste troeven hebben: de korte woon-werkafstand, ideale schaalgrootte en een dynamische en warme sfeer. We hebben gelukkig een heel hecht en deskundig team,” lacht ze.

Snel is daarom niet beter

Een pleidooi voor daghospitalisatie kan dan wel budgettair een goede zaak zijn, maar – zoals dokter Maes het duidelijk maakt – het mag niet ten koste komen van de patiënt. Een onderzoek van dokter Björn Stessel van het Jessa Ziekenhuis in Hasselt bevestigt die terughoudendheid.

Slechts 17 procent van de patiënten die in daghospitalisatie een ingreep heeft ondergaan, is vier dagen na de operatie al goed hersteld. Daghospitalisatie heeft heel veel voordelen, maar het is niet omdat de patiënt na de ingreep naar huis gaat, dat hij meteen al hersteld is.

Anesthesioloog Björn Stessel bestudeerde 1.200 patiënten na een operatie in de dagkliniek. Het ging daarbij om vrij courante ingrepen zoals kijkoperaties van de knie, liesbreuken, anale operaties, verwijdering galblaas of het wegnemen van schroefjes en plaatjes. Slechts 17 procent van de patiënten was vier dagen na de operatie goed hersteld. Na een blaasoperatie bijvoorbeeld was geen enkele patiënt goed hersteld en bij knie- of schouderoperaties steeg dat aantal nooit boven de 4,9 procent. Betere resultaten waren er voor de operaties aan baarmoeder (43%) en strottenhoofd (60%). Probleem is ook de pijnbestrijding. Zes op de tien onderzochte patiënten kloeg na vier dagen nog altijd over pijn, maar een op de drie nam de voorgeschreven pijnmedicatie niet.

Volgens Stessel is het grote verschil tussen daghospitalisatie en ziekenhuisopname dan ook de opvolging. Of beter: het gebrek daaraan.

Désirée De Poot