Voor zomerreces moet kwaliteitswet rond zijn

08 februari 2018

De kwaliteit van de zorg voor patiënten moet beter bewaakt worden en dat mag niet afhangen door wie of waar de zorg wordt verleend. De kwaliteitswet zou nog voor het zomerreces door het parlement goedgekeurd moeten zijn. Daarna zullen – per discipline – een visum, een portfolio en de kwaliteitsvoorwaarden moeten vastgelegd worden in uitvoeringsbesluiten. Nu al is het zeker dat deze legislatuur te kort zal zijn om dat hele proces af te ronden.

© © Jerry De Brie

Iedereen besefte het van zodra Maggie De Block haar plannen voor de gezondheidszorg na haar aantreden als minister van Volksgezondheid bekend had gemaakt: ze kunnen alleen maar slagen als alle onderdelen ervan worden waargemaakt en dat zou meer tijd kosten dan één legislatuur. De kwaliteitswet is daar een voorbeeld van. Pas als die in het Staatsblad is verschenen, kan er werk gemaakt worden van de uitvoeringsbesluiten. En dat zal tijd vragen. Maar een aantal plannen die kaderen in de omvorming van de gezondheidszorg zitten wel op schema en werden al doorgevoerd. Met, als haast logisch gevolg, dat hier en daar hindernissen opduiken.

Zo mag het duidelijk zijn dat ziekenhuizen inspanningen leveren om de ligdagen te verkorten. Met als gevolg dat, op korte tijd, zorghotels en brugzorghuizen (zoals Mira in Sint-Niklaas, zie verder) opduiken. Het ziekenhuisverblijf wordt korter, maar velen zien dat dit voor andere problemen zorg: patiënten gaan vroeger naar huis maar de thuissituatie blijkt niet opgewassen om de eerste zorg op te vangen en de kosten van zorghotels en brugzorghuizen vallen voor het grootste deel op de schouders van de patiënt. Minister De Block erkent dit, maar ziet ook een positieve evolutie. “De ziekenfondsen komen ook tussen in herstelverblijven en we mogen niet vergeten dat een ziekenhuisverblijf ook kosten voor de patiënt met zich meebrengt”, zegt ze. “En ja, de hospitalisatieverzekering die veel oudere mensen hebben afgesloten, dekt niet veel waardoor ze soms te snel naar huis gaan. Al zit ook daar evolutie in. Ik hoor van de thuisverpleging dat er nu veel betere afspraken worden gemaakt bij ontslag uit het ziekenhuis en dat het ontslagmanagement veel gestructureerder en vlotter verloopt. Meer dan vroeger wordt dat ontslag nu voorbereid en worden er vooral regelingen getroffen. De ziekenhuizen hebben daar heel hard op ingezet. Kijk maar naar de manier waarop bevallingen nu worden ingeplant. We moeten op een andere manier met ziekenhuisverblijf omgaan en tegelijkertijd moeten we goed bewaken dat de slinger niet doorslaat. Ik wil niet naar een toestand waarbij thuisbevalling de regel is.” Minister De Block wil dan ook benadrukken hoe belangrijk in dat kader de pilootprojecten zijn. “Het is pas door zaken uit te testen dat je obstakels, knelpunten en moeilijkheden in kaart kunt brengen. Daar kun je vervolgens rekening mee houden.”

“Net omdat die eerstelijns zorg zo belangrijk is, willen we de middelen voor chronische zorg niet verminderen, maar willen we wel dat ze minder naar de tweede lijn gaan en meteen naar de eerste lijn doorstromen. Wij voelen niet alleen dat dat werkt, maar ook dat daar zeer veel interesse voor is. Mooi voorbeeld zijn de proefprojecten rond chronical care. We hebben 14 projecten gekozen, maar we hadden er gemakkelijk drie keer zoveel kunnen uitkiezen. Er beweegt dus wel degelijk iets.”

Eerstelijnszones en ziekenhuisnetwerkzones

Minister De Block wil ziekenhuis-netwerkzones. Maar die lopen, in Vlaanderen, niet altijd gelijk met de eerstelijnszones die de Vlaamse minister van Volksgezondheid, Welzijn en Gezin Jo Vandeurzen heeft voorzien. “Die zones lopen meestal wel gelijk”, stelt minister De Block. “In Vlaanderen hebben we het voordeel dat er al veel werk verzet is door minister Vandeurzen met zijn zorgstrategische planning en zijn eerstelijnszones. Dat maakte het gemakkelijker voor ziekenhuizen om zich zo te organiseren dat het meestal overlappend is. Ik hoop dat Wallonië die beweging ook zal doen. In Brussel zien we dat het de ziekenhuizen zelf zijn die zich samen organiseren.”

“De ziekenhuizen moeten zich bottom-up organiseren, ten dienste van de patiënt. Daarbij moeten ze niet zozeer rekening houden met de bevolking, als wel met de patiëntenfluxen en die kennen we. Maar het feit dat er een snelweg van het ene ziekenhuis naar het andere loopt lijkt me geen valabel argument voor zieke mensen. Het moet in het belang van de patiënt blijven. Als er andere belangen spelen waardoor ze zich zoals een langgerekte banaan gaan organiseren, dan lijkt me dat niet ideaal. En ja, als het nodig is, zullen we ingrijpen. Zoals bij ziekenhuizen die mordicus zeggen dat ze met niemand willen samenwerken. Dat kan niet: er zijn 25 locoregionale netwerken en er is geen enkel ziekenhuis dat zich daartussen als een eilandje zal mogen bewegen.”

Minister De Block ziet ook wel dat haar plannen iets teweeg hebben gebracht in de ziekenhuizen. “Er is samenwerking nodig, want alles wordt technischer en ingewikkelder. Op veel terreinen zie ik dat die samenwerking ook gebeurt, en dat is goed.”

Désirée De Poot