PostNL Pharma & Care

‘Door kwaliteit ons marktleiderschap bevestigen’

08 februari 2018

Het transport van medisch materiaal, geneesmiddelen en aanverwanten is aan strikte kwaliteitseisen en wettelijke richtlijnen onderworpen – dat is geweten. Bouwend op een ruime ervaring is PostNL marktleider op deze nichemarkt. En met ambitie, want verder groeien is de boodschap. Een gesprek met de nieuwe General Manager Pharma & Care België Nicolas Vannieuwenhuyze.

Sinds één januari van dit jaar mag Nicolas Vannieuwenhuyze zich General Manager PostNL Pharma & Care Benelux noemen; een gloednieuwe functie voor hem, maar ook voor PostNL. “Dat ik aangesteld ben als de verantwoordelijke voor alle Pharma & Care-activiteiten én die functie nog maar net in het leven geroepen werd, is een duidelijk signaal dat we in dit segment verder willen groeien. Binnen PostNL was ik tot voor kort sales-en marketingverantwoordelijke. Daarvoor werkte ik gedurende jaren in de farmaceutische sector, het is een ervaring die me vandaag handig van pas komt. We zijn marktleider en die positie willen we bestendigen. De troeven hiervoor hebben we alvast in huis.”

“De vlag Pharma & Care dekt een brede lading”, benadrukt Nicolas Vannieuwenhuyze. “Wij transporteren alles wat healthcare aangaat, wat gaat van geneesmiddelen, over voedingssupplementen, tot medical devices. Onze klanten in deze nichemarkt zijn farmabedrijven en groothandels. En al die producten leveren we bij pakweg apothekers, ziekenhuizen, maar ook bij huisartsen, een hele waaier aan bestemmingen dus. We gaan prat op een 24u-levering in de Benelux; wat we vandaag ophalen leveren we morgen binnen de Benelux uit. Daarbovenop bieden we sinds ongeveer één jaar ook express-leveringen aan. Asap is hier de norm (glimlacht), wat in de praktijk betekent dat er binnen enkele uren geleverd wordt.”

Hoge kwaliteitseisen

Essentieel voor dit apart type van vervoer is het zogenaamde GDP-concept, wat staat voor ‘Good Distribution Practices’, een geheel van regels die het vervoer van deze typische producten reglementeert. “Grosso modo heb je twee types van GDP-transport”, legt Vannieuwenhuyze uit. “De temperatuur van het transport speelt een belangrijke rol: sommige producten moeten tussen de 15 ° en 25 ° blijven, anderen tussen de 2° en 8°. Alle voorschriften moeten strikt nageleefd worden; het kan niet voldoende herhaald worden. Om u een idee te geven hoe ernstig we hiermee omspringen. We hebben één medewerker die zich permanent bezig houdt met het monitoren van de temperatuur in al onze voertuigen, gemiddeld zo’n honderd vrachtwagens en bestelbusjes die dagelijks op de baan zijn. Dit gebeurt quasi in real time, aangezien elk voertuig om de vijf minuten een signaal uitstuurt. Merkt hij dat een grenswaarde benaderd wordt, dan nemen we direct met de chauffeur contact op om te overleggen over de te nemen stappen. Per slot van rekening betekent het over schrijden van één van de opgelegde temperaturen dat de levering niet mag plaatsvinden, wat voor niemand een goede zaak is. We houden op kwaliteitsvlak de vinger aan de pols. Het is een permanente oefening ook om de lat steeds hoger te leggen.”

“Uit het voorgaande vloeit voort dat wij veel belang hechten aan de opleiding van onze medewerkers”, beklemtoont Nicolas Vannieuwenhuyze. “Naast een aantal vaardigheden die niet exclusief zijn voor onze sector, leren we hen hoe met medicijnen om te gaan en hoe ook tijdens het transport de temperatuur bewaakt moet worden. Maar ook op welke manier geleverd moet worden. Een levering aan een apotheek is iets anders dan een pakje aan een particulier. Onze mensen moeten ook kunnen controleren of er zich een kwaliteitsprobleem met de getransporteerde producten zou kunnen voordoen. Om het met een simpel voorbeeld te illustreren: een doosje met een scheur in mag onder geen beding geleverd worden.”

Marktpotentieel

“Dat we op een nichemarkt werken, doet geen afbreuk aan het feit dat die enkele grondige veranderingen ondergaat”, vervolgt Vannieuwenhuyze. “Wijzigende wetgeving zorgt ervoor dat steeds meer zaken volgens de GDP-regels vervoerd dienen te worden. We stellen ook op het vlak van leveringen een grotere marktdiversificatie vast. Artsen en apothekers mogen dan al de klassieke leveringsadressen zijn, steeds meer leveren we ook aan tandartsen of dierenartsen. Toch denk ik dat dé grote groei bij het leveren aan consumenten zit. Voor alle duidelijkheid: vandaag gebeurt dit om allerhande wettelijke redenen nog niet, maar je voelt dat er wat beweegt. De vraag groeit alvast, bij de betrokken consument zelf natuurlijk, maar ook aan de kant van onze klanten. Thuiszorg wordt steeds belangrijker, het is een trend die zich steeds scherper aftekent. Door te leveren aan consumenten zouden we op deze maatschappelijke realiteit kunnen inspelen. Je merkt dat er uit politieke hoek goodwill groeit. Wil men de verkoop van medicijnen via het net mogelijk maken, dan moet er ook een levering kunnen volgen. Voor ons is deze uitbreiding een enorme uitdaging, niet in het minst naar de opleiding van onze mensen toe. Op zich is wat we doen omslachtiger dan het louter leveren van punt a naar b. Maar als, ik zeg zo maar iets, een ziekenhuisbed geleverd wordt én dit ook ter plaatse gemonteerd dient te worden, dan is extra knowhow nodig.”