“Soms is het goed om vervoer op te splitsen”

08 februari 2018

Weinig ziekenhuizen hebben zo’n interne en externe trafiek als het UZ Leuven. Bij UZ Leuven op campus Gasthuisberg is het een komen en gaan. Een trafiek die enkel beheersbaar is als ze goed gestructureerd en volgens duidelijke afspraken verloopt. En dan kan het bijvoorbeeld een oplossing zijn om bepaalde segmenten in aparte entiteiten op te delen.

© © iStock

Voor een diensthoofd Logistiek en Mobiliteit van UZ Leuven heeft een dag uren tekort. “Als groot ziekenhuis, werken wij met duidelijke partners”, zegt Gunter Gonnissen. “Enerzijds hebben we de fysieke verplaatsing van goederen binnen het ziekenhuis. Daar zijn mijn afdelingen verantwoordelijk voor. En ik onderhoud mee de contacten met Hospital Logistics.” Hospital Logistics (HL) is zowat 20 jaar geleden ontstaan vanuit het ziekenhuis en heeft nu vijf medische distributiecentra van waaruit het België en Nederland bedient. “Hospital Logistics staat voor het vervoer van alle trolleys en paletten en verzorgt voor ons ook het interhospitaaltransport. Voor de apotheek van het ziekenhuis verzorgen wij het intern transport. Voor gestructureerde transporten tussen zorginstellingen, is Inter Healthcare Transport (IHcT) opgericht.”

Vervoer tussen zorginstellingen

IHcT is een cvba die vorige jaar werd opgericht door UZ Leuven, UZ Gent en Rode Kruis Vlaanderen waar ook alle andere Vlaamse en Brusselse zieken huizen kunnen aan deelnemen. De gloednieuwe directeur van IHcT, Michaël Verwimp, legt het systeem uit. “Wij hebben IHcT opgericht vanuit vier bezorgdheden. Zo moeten we erkennen dat, op dit moment, het transport tussen ziekenhuizen eigenlijk suboptimaal verloopt. Er zijn strenge kwaliteitseisen, ja, maar ook wij zien dat die nu niet altijd worden opgevolgd. Bovendien is dat vervoer, zeker van de producten waar wij het over hebben (bloed, stalen van menselijke oorsprong, maar ook FDG), erg duur. Vaak gaat het om het vervoer van het ene ziekenhuis naar het andere, in een één-één-relatie. Komt daar bovenop dat de overheid de ziekenhuizen aanspoort om veel meer samen te werken. Het logische gevolg van die samenwerking is dat het vervoer tussen ziekenhuizen in de toekomst alleen maar zal groeien. Netwerken wil immers zeggen dat je bepaalde activiteiten zult centraliseren. Neem daarbij de vaststelling dat we in deze tijden toch ook wel rekening willen houden met het ecologische aspect, dan zie je meteen dat IHcT bijna een logische volgende stap is geweest. Waarom zouden we, ook op het terrein van het materieel vervoer tussen zorginstellingen, niet zorgen voor een soort netwerk? Een vaste route die elke dag op dezelfde manier wordt uitgevoerd, tussen alle Vlaamse zorginstellingen.”

UZ Leuven, UZ Gent en het Rode Kruis zijn geen kleine spelers, en hebben beslist om al hun transporten maximaal over te hevelen naar IHcT. “Maar als we onze eigen filosofie volgen, dan is het logisch dat we andere ziekenhuizen ook bij dit systeem betrekken, zelfs als ze niet behoren tot de bestaande netwerken van de stichtende leden. Daarom kunnen alle Vlaamse en Brusselse ziekenhuizen zich inschrijven in dit systeem door een symbolisch aandeel te kopen. Hoe efficiënter wij het vervoer regelen, hoe goedkoper en kwaliteitsvoller het voor iedereen wordt. Ook weer vanuit onze filosofie wilden wij niet dat de ziekenhuizen – en dus de patiënten – moeten opdraaien voor deze netwerkvorming die afhankelijk van de locatie hogere kosten zou kunnen genereren. De prijs wordt daarom per pakje bepaald en de afstand die moet afgelegd worden wordt niet doorgerekend in de prijs.”

Vervoer binnen het ziekenhuis

De grote uitdagingen voor de toekomst liggen voor Gunter Gonnissen vooral in het ziekenhuis zelf. “We moeten de interne processen optimaliseren en een sluitend track and trace-systeem binnen het ziekenhuis op punt stellen. We zouden kunnen denken dat automatisatie van het transport dé oplossing is, maar de kostprijs is de grootste hindernis. Wij zitten, qua grootte van ons ziekenhuis, voor de organisatie daarvan tussen klein- en grootindustrie. We zijn te groot voor standaardoplossingen en te klein voor de systemen die voor de grootindustrie voorzien zijn.”

De campus Gasthuisberg is bovendien continu in verandering: oud- en nieuwbouw sluiten naadloos bij elkaar aan. “De sterkte van het masterplan van dit ziekenhuis is dat door de verdichting de afstanden toch overbrugbaar blijven. Maar we hebben wel geen hoogbouw en automatische geleide voertuigen (AGV) zijn sneller economisch haalbaar in een hoogbouw. Bovendien hebben wij in het ziekenhuis bewust gekozen voor kookprocessen waardoor de maaltijden een uur voor het opdienen op de afdeling zelf worden geregenereerd. Dat wil zeggen dat we daardoor een groot aantal voertuigen nodig hebben mochten we overstappen op AGV.”

Maar dat is niet alles. “In onze marktverkenning voor kant-en-klare track- and tracesystemen stootten we op twee soorten systemen”, verduidelijkt Gunter Gonnissen. “Enerzijds zijn er de transport-managementssystemen die gps-gestuurd zijn en we hebben de warehouse managementssystemen. Beide systemen hebben hun beperkingen in dit ziekenhuis. Zo is de ontvangst bij gps- en gprs-systemen in dit gebouw niet goed tot zelfs heel slecht. Als de ontvangst wegvalt, heb je niets aan het systeem. Het ombouwen van een warehouse managementssysteem bleek ook niet interessant. Wij hebben dan een overheidsopdracht uitgeschreven en gekozen voor Itransport® van dir/Active dat de software zal aanbrengen. Op dit moment wordt alles in gereedheid gebracht. We zullen dan werken met barcodes die ingescand moeten worden.”

Désirée De Poot

“Drones zijn er klaar voor…”

© ©iStock

De drone-technologie moeten we zeker blijven opvolgen in functie van het interziekenhuisvervoer. Alleen loopt de wetgeving achter. De burgerlijk ingenieurs productietechnieken en machinebouw van de KU Leuven hebben, samen met het ziekenhuis, afgetoetst of het gebruik van drones technisch haalbaar zou zijn. “En dat is het zeker”, zegt Gunter Gonnissen. “Met drones vermijd je de verkeerscongestie en voor niet al te lange afstanden, zoals die tussen de campus Gasthuisberg en de campus Pellenberg, zou het een goede oplossing zijn. Als we het kleine en dringende vervoer in onze eigen zorgregio met drones zouden kunnen uitvoeren, dan zou dat een hele stap vooruit zijn.”

De drones zelf en de technologie die ermee samenhangt, kunnen deze taak gemakkelijk aan. “Voor pakketten van 1 tot 2 kilogram is het perfect haalbaar. Zo zouden we dringende medicatie of bepaalde stalen in rechte lijn vanuit de ene locatie naar de andere locatie kunnen transporteren. We moeten wel nog nagaan hoe we de inhoud van de colli’s binnen een bepaalde temperatuurcurve kunnen houden. En er is het aspect veiligheid. Niet alleen de veiligheid voor de mensen op de grond, maar ook de veiligheid voor de vervoerde goederen. Zo moet een sluitend systeem ontwikkeld worden waardoor diefstal of vernietiging van de drones zoveel als onmogelijk wordt.”

Maar vooral de huidige wetgeving steekt een dikke stok in de wielen. Zo moet een piloot zijn toestel ten allen tijde in het oog kunnen houden, wat bij een drone over die afstand niet het geval is.