Belgische spreidstand niet vertaald in ING-studie

19 april 2018

Is een studie die het ziekenhuislandschap in België vergelijkt met negen andere Europese landen, nog opportuun? Groeit de manier waarop Vlaanderen en Wallonië met gezondheidszorg - en dus ook residentiële ziekenzorg - omgaan niet zozeer uit elkaar dat gescheiden cijfers een beter beeld zouden geven? “Neen”, vindt Edurard Portella van Antares Consulting die voor ING de Health Prospect 2018 uitvoerde. “Wij willen met de studie wel het debat over de ziekenhuishervorming voeden, maar we willen geen deel uitmaken van dat debat.”

De cijfers die vorige maand door ING werden voorgesteld, zijn duidelijk: België deed het, volgens alle gegevens, in 2015-2016 erg goed. We scoren op een aantal punten stukken beter dan de andere negen landen. We hebben een performant zorgstelsel, vooral wat de toegankelijkheid van de zorg betreft. We hebben wel een relatief hoog aantal raadplegingen van artsen, CT-scans en MRI’s per inwoner wat leidt tot een hoge medische productiviteit en daardoor ook een hogere hospitalisatiegraad. Verpleegkundige is een knelpuntberoep, maar per arts beschikt België nog altijd over een relatief hoog aantal verpleegkundigen.

Daar staat tegenover dat de Belgische patiënt opvallend veel moet bijdragen aan de ziektekosten. Samen met het feit dat de belastingdruk in ons land ook opvallend hoog is, concluderen de onderzoekers dat noch de persoonlijke bijdrage van de patiënten, noch de belastingen hoger kunnen. De middelen moeten dus herverdeeld worden over de verschillende types uitgaven.

Het beeld dat Antares Consulting toont van de Belgische ziekenhuizen is… Belgisch. Andere studies die zich enkel op België richten (zoals de MAHA-studie), diversifiëren meer en analyseren Vlaanderen, Brussel en Wallonië afzonderlijk. Ze tonen dan weer aan dat er een groot verschil is tussen de benadering van gezondheidszorg in de drie regio’s. We zien dit bijvoorbeeld in de manier waarop de eerste lijnszorg wordt georganiseerd en in de netwerkvorming waar minister van Volksgezondheid zo voor staat. Zijn ‘Belgische’ cijfers dan wel representatief? Eduard Portello is duidelijk: “Het is heel normaal dat de regio’s en zelfs de ziekenhuizen zelf, zich op een ander tempo ontwikkelen. Gezondheid en de benadering ervan hebben veel te maken met nabijheid en het wordt beïnvloed door locoregionale factoren: demografische factoren, sociologische, epidemiologische… maar ook door de regelgeving die soms zeer gedecentraliseerd is.”

“De belangrijkste ‘drive’ van verandering is de wil van de organisaties om zich aan te passen aan de nieuwe verwachtingen en noden van de bevolking, maar ook aan de nieuwste technologieën. Niets is meer legitiem om een verandering van die aard te rechtvaardigen.”

Désirée De Poot