Neonatologie

De koala-kangoeroekamers, de prijs voor het niet scheiden van moeder en kind

19 april 2018

Eind vorige maand heeft de FOD Volksgezondheid een studiedag over koala-kangoeroekamers georganiseerd. Hoe moet de hospitalisatie van moeders en fragiele pasgeborenen worden gefinancierd? Dr. Yves Hennequin van de UKZKF, bekijkt de verschillende facetten van deze vraag.

© © Belga Image

"België is een van de weinige landen waar een nationaal programma voor ontwikkelingsgerichte zorg bestaat. Dat moeten we beseffen en de autoriteiten dankbaar voor zijn”, merkt dr. Yves Hennequin (UKZKF) op. “De hospitalisatie van een moeder met een fragiele pasgeborene is vaak een obstakel in ons land, zowel op intensieve zorg (NIZ), als op neonatale zorg N*.”

We komen van een situatie waarbij de scheiding van de moeder, eenzaam in haar bed, en haar kind op neonatologie routine was, en dit is nog steeds de realiteit in sommige ziekenhuizen. “Toch stelt het Handvest van de Rechten van het Gehospitaliseerde Kind dat een kind het recht heeft om zijn ouders, of hun vervanger, dag en nacht bij zich te hebben, ongeacht zijn leeftijd of toestand. Een ander punt stelt dat de ouders moeten worden aangemoedigd om bij hun kinderen te blijven en dat hen alle materiële faciliteiten zullen worden aangeboden, zonder dat zij daarvoor extra moeten betalen.”

Om de beheerders en besluitvormers te overtuigen deze ziekenhuisopname van moeders en fragiele pasgeborenen te bevorderen, zijn wetenschappelijke argumenten nodig en daaraan is tegenwoordig geen gebrek meer. Zo toont een Cochrane-review (1) bijvoorbeeld het belang van kangoeroezorg aan; andere studies illustreren het verband tussen huid-op-huidcontact op intensive zorgen en de verbetering van de motorische ontwikkeling op 4-5-jarige leeftijd. “U kunt zich voorstellen hoe belangrijk dit kan zijn voor de efficiëntie en de kwaliteit van de zorg en voor de samenleving: dankzij een behandeling die niet farmaceutisch maar volkomen menselijk is, verbetert men de toekomst van een pasgeborene voor jaren. Dit is het eerste belangrijke punt: het is vooruitgang! “

Neonatale financiering

Wanneer moeder en fragiele pasgeborene samen zijn opgenomen, wordt de baby gefinancierd op neonatale zorg N*. “Niet erg goed”, zegt de kinderarts, “niet zoals neurochirurgie of nefrologie, maar het wordt gefinancierd: je hoeft geen complexen te hebben om een pasgeboren baby met zijn moeder een kraamkamer te laten bezetten, wanneer zij niet langer opgenomen is in het ziekenhuis “.

“Verpleegkundigen N *, van wie altijd wordt gezegd dat ze niet gefinancierd worden, zijn dat wel volgens volgend systeem:< 1000 bevallingen is gelijk aan 15 punten,> 1000 bevallingen 17 punten, + 3 punten / 150 bevallingen. Vermits 1 punt 26.817euro waard is, heeft u 2,5 punten nodig om een gemiddeld loon van 67.000euro te betalen. Een verpleegkundige kost dus 2,5 punten. Dit betekent dat voor een materniteit met 1.000 bevallingen, de N * recht heeft op 7 voltijdse equivalenten. Indien de materniteit 20 erkende bedden heeft, dan heeft ze recht op 12 voltijdse equivalenten, met inbegrip van het verloskwartier. Dit betekent dat voor een materniteit met 1.000 bevallingen, meer dan een derde van de verpleegkundigen betaald wordt door de N*-punten.”

De tekst van de wet van 1996 bepaalt dat elk ziekenhuis met een kraamafdeling een neonatale functie N * (voor de gehele kraamafdeling) en een N * -eenheid moet hebben.

“De pasgeborenen op N * bestaan niet: er is geen facturatie, geen opname. De Rizivverstrekkingen voor het kind N * worden gefactureerd via de verstrekkingen voor de moeder. Nadat deze ontslagen is, wordt een nummer aangemaakt voor de pasgeborene die in het ziekenhuis blijft.”

Een ander belangrijk punt zijn de medische honoraria (tweede financieringsbron voor het ziekenhuis): “Je moet weten dat de medische honoraria die van toepassing zijn in N *, van toepassing zijn in zowel de N * -eenheid als de N * -functie. Dat wil zeggen in de hele materniteit: daarom kan het toezicht op een kind N * door een kinderarts worden uitgevoerd in andere kamers dan deze in de eenheid N * “.

“Ideaal is daarom gekoppelde zorg tijdens het verblijf van de moeder op de kraamafdeling,” benadrukt hij. “Als zij zorg nodig heeft, gebeurt die door de gynaecoloog en de vroedvrouw, en voor de baby is dat de kinderarts en verpleegkundige N *. Wanneer de moeder niet langer in het ziekenhuis is opgenomen, verblijft ze in dezelfde kamer met haar pasgeboren baby N * en wordt zij ‘begeleider’. “

Een onafscheidelijk koppel

Hoe intensiever de zorg is op NIZ, hoe groter de scheiding is tussen de moeder en de pasgeborene: “Het is heel moeilijk om de moeder naast haar zieke kind te laten. Maar we gebruiken verschillende methoden om deze ouders zin te geven om te blijven, zoals kangoeroe-programma’s, integratie in de ontwikkelingszorg (Family and Infant Neurodevelopmental Education (FINE), Newborn Individualized Development and Assessment Pro (Nidcap)…), de architectuur… “

“Over de architectuur gesproken”, voegt dr Hennequin eraan toe. “Men heeft ons altijd doen geloven dat hoe kleiner een dienst is, hoe minder duur hij was voor het ziekenhuis. Ook ‘kleine kinderen, kleine dienst’ was zo’n credo. Wel, als we naar de BMF kijken, in deel A1 (constructie, renovatie), dan zien we dat wanneer een NIZ-dienst een grote oppervlakte heeft in vierkante meters, dit een beter gesubsidieerde klinische oppervlakte is. Dus wanneer je een neonatale dienst vernieuwt, kan je beter NIZ-kamers met een familie-grootte voorzien, waarbij per pasgeboren een oppervlakte wordt voorzien die vergelijkbaar is met de kamers voor volwassenen. “Dit principe is ook van toepassing op deel B1 (bedrijfskosten).

Supplémenten?

“De ouders begeleiderssupplementen doen betalen is ethisch en juridisch zeer bediscussieerbaar”, stelt hij. “Dit vormt waarschijnlijk in bepaalde gevallen een bijkomend obstakel voor de aanwezigheid van de ouders. De druk is tegenwoordig groot om ouders te laten betalen voor hun verblijf bij hun kind. Op de dienst pediatrie zijn honorariumsupplementen niet toegestaan wanneer het kind wordt vergezeld door een ouder. Maar de regel werd versoepeld: supplementen zijn mogelijk als de ouders uitdrukkelijk om een éénpersoonskamer vragen.”

In de toekomst moet de ziekenhuisopname van een moeder met een fragiele pasgeborene een duidelijk statuut krijgen. “Dat wil zeggen, geen moeders die ‘begeleiders’ worden, geen kinderen die administratief niet bestaan… Het ideaal zou zijn om voorwaardelijke financiering te voorzien. Dat wil zeggen dat de moeder en het kind een statuut zouden hebben waarbij de financiering zou worden gebaseerd op de aanwezigheid en integratie van de ouders in de ontwikkelingszorg, in het langdurige huid-op-huidcontact en in een gestructureerd vroegtijdig ontslag.”

“In onze ontwikkelde landen moeten we dit kunnen doen, vermits men er in ontwikkelingslanden, met andere economische problemen en andere medische situaties ook in geslaagd is”, besluit dr. Hennequin.

(1) Cochrane, 23 augustus 2016.

Martine Versonne