Zorghotels: wachtkamer voor WZC’s?

19 april 2018

De zorghotels schieten als paddenstoelen de grond uit. Zowat elk ziekenhuis dat zichzelf respecteert, linkt zich met een zorghotel. Maar ook de privé-markt heeft zich op dit nieuwe segment geworpen. Met de ligdagen die korter moeten en de vergrijzende bevolking die niet altijd onmiddellijk na een ziekenhuisverblijf naar huis kan, is de (tussen)stap naar een ‘zorgverblijf voor herstel en revalidatie’ snel gezet. Maar er ook een perfide neveneffect: de verleiding om ouderen te ‘parkeren’ in zorghotels is in sommige regio’s heel erg groot. “Het probleem van een tekort aan plaatsen in de WZC’s wordt op die manier opvallend duidelijk”, klinkt het.

We schrijven 12 maart 2018, Lokeren. Aan de Zelebaan opent My Assist ‘Ter Lokeren’, een Zorgverblijf voor Herstel en Revalidatie met 60 erkende kamers, goed voor 83 bewoners. Amper twee weken later lopen de reservaties vlot binnen en zijn veel kamers al bezet. “Wij krijgen herstellende patiënten uit alle grote Vlaamse ziekenhuizen”, vertelt directeur Katrien Verlet. “Mensen worden behandeld in een ziekenhuis, ver van huis. Thuis verder revalideren is niet altijd mogelijk en daarom verkiezen ze een zorgverblijf in de regio van hun woonplaats. Het systeem van ziekenhuisnetwerken, samen met de verkorte ligdagduur, zal dit systeem in de toekomst nog versterken. Patiënten zullen vaker in een ziekenhuis verder van huis behandeld worden en sneller naar huis moeten, wat praktisch niet altijd mogelijk is. Een zorgverblijf is dan wel relatief duur (zo moet je in Ter Lokeren op 75euro per dag rekenen), maar het kan een goede (tijdelijke) oplossing zijn.

“Wij bieden het volledige gamma zorg aan met dagelijks kinesitherapie, een vaste ergotherapeute, een logopediste en verpleegkundigen die overdag permanent aanwezig zijn. ‘s Nachts is er altijd een zorgkundige in huis”, verduidelijkt Katrien Verlet. “Het is vooral belangrijk om een open communicatie te voeren, zowel naar de mensen die hier werken als naar de mensen die hier komen en hun families. Daarom streven we ook naar duidelijkheid: wij bieden hier een degelijk pakket van basisrevalidatie, maar niet de revalidatie zoals in grote revalidatiecentra zoals het Belgisch Zee-Instituut voor Orthopedie, maar wij zetten wel alles in op zelfredzaamheid.”

Hoewel dit huis pas enkele weken open is, wordt één ding alvast duidelijk. “Wij krijgen - net zoals alle andere gelijkaardige Zorgverblijven voor Herstel en Revalidatie’ - opvallend veel aanvragen voor mensen met een WZC-profiel”, stelt de directeur vast. “Het gebeurt dat ze, mits een goede omkadering, terug naar huis kunnen. Maar vaak is dit de wachtkamer voor een WZC.”

Een WZC waar een ellenlange wachtlijst is, “want als je niet een zorggraad hebt van C of hoger, geraak je er gewoon niet binnen”. Veel oudere patiënten worden dus uit het ziekenhuis ontslagen, maar hebben geen zicht op permanente opvang. “Zorgverblijven zijn dan een tussenoplossing”, concludeert Katrien Verlet. Maar ook het verblijf in dit soort instellingen is in tijd beperkt. Per pathologie mag je rekenen op 30 dagen en een eenmalige verlenging. “Meer niet, want dan dreig je je erkenning te verliezen. Deze marge wordt ook door de ziekenfondsen gehanteerd, die vaak wel een stukje tussenkomen in het herstelverblijf, maar ook een maximale marge hanteren van 60 dagen per jaar, per behandelplan.”

“Wij zien dat de sociale diensten in de ziekenhuizen echt wel hun best doen, maar dat er ook grote druk is om patiënten sneller door te sturen. Met als gevolg dat de tijd die de patiënt in het ziekenhuis doorbrengt, vaak te kort is om degelijk te evalueren. Dat kan - gelukkig - ook twee kanten uitgaan. Patiënten die soms gelabeld worden als verward en hulpbehoevend, blijken hier soms wél nog in staat om naar huis te gaan. Men vergeet soms dat een ziekenhuisopname, het zich niet lekker voelen en de andere omgeving ouderen uit hun evenwicht kan brengen.”

Daarom doet Ter Lokeren er alles aan om het huis ook huiselijk te maken. “Wij hebben een warme keuken met een eigen kok en een gezellige eetplaats waar ook familie ‘s middags kan komen mee-eten. De kamers zijn aangenaam met zicht op de tuin of de straatkant. Als er meerdere kamers vrij zijn, kan de gast zelf kiezen. En we bieden, zonder probleem, tweepersoonskamers aan waar echtparen samen kunnen blijven. Bovendien hebben we gezorgd voor zonnige leefruimten die sociaal contact bevorderen. Iets wat we trouwens ook stimuleren”, verduidelijkt Katrien Verlet.

Vraag is echter wat je met de gasten doet nadat de ‘erkende’ termijn verstreken is. De sociale dienst van het zorgverblijf doet zijn best, maar het is een feit dat er te weinig plaatsen zijn in woonzorgcentra.

Désirée De Poot

Beter twee deeltijdse verpleegkundigen dan één voltijdse

Een zorgverblijf dat ernaar streeft om van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat een verpleegkundige in huis te hebben, kan beter meerdere deeltijdse krachten aanwerven dan twee voltijdse. “Als je met voltijdse krachten werkt, dan moeten die om de week weekenddienst draaien en dat wringt toch wel, louter alleen al voor de work-life balans”, getuigt Katrien Verlet. “Wat wel opvalt, is het aantal sollicitanten dat graag hier halftijds wil werken en daarnaast ook halftijds in de thuisverpleging werkt. Voor ons zijn dat zeer goede krachten omdat ze ook zo hun ervaring van buitenshuis meebrengen.”