Professor Dominique Vandijck

“Elk incident moet gemeld worden…”

19 april 2018

“Als ziekenhuis en als individuele professional kun je heel veel preventief doen om incidenten met patiënten te vermijden. Maar àls er dan toch iets gebeurt, meld het dan. Alleen op die manier kunnen we leren, kunnen we deze kennis delen met andere ziekenhuizen en collega’s, en kunnen gelijkaardige incidenten in de toekomst vermeden worden.” Dat is het allereerste advies van professor Dominique Vandijck die aan de UHasselt les geeft over patiëntveiligheid en ook directeur kwaliteit is bij Zorgnet/Icuro.

© © Guy Puttemans

“Hoe verhinderen we dat een pa tiënt fysieke schade lijdt?” Dat is de kernvraag waarmee Dominique Vandijck zijn betoog begint. “Alles wat je doet voor het verbeteren van de patiëntveiligheid moet eigenlijk pro-actief zijn. Een ziekenhuis dat zich buigt over patiënt-veiligheid, moet zich bezighouden met het trachten te voorkomen van alle mogelijke vermijdbare incidenten.”

En er kan veel misgaan, maar er kan ook veel vermeden worden. “De cijfers die we hebben, zijn verbijsterend”, zegt de professor. “Tien procent van alle gehospitaliseerde patiënten ervaart doorheen zijn verblijf enige vorm van schade. De helft daarvan is vermijdbaar. Het is die laatste categorie die we er uit moeten krijgen. Wat dan nog overblijft is overigens nog veel te veel.” De schade die een patiënt ondervindt is - gelukkig - meestal mineur en heeft voor de patiënt weinig of geen enkel gevolg. Denken we maar aan een patiënt die één keer een bepaald niet levensreddend geneesmiddel niet krijgt. Maar soms loopt het wel helemaal fout: het verkeerd afgezette been is helaas geen urban legend. “Dit soort missers mogen we niet tolereren. Maar zorg gebeurt nu eenmaal door mensen voor mensen. Ze is geen exacte wetenschap. Net daarom weiger ik te spreken van ‘fouten’ in de zorg. Een fout wijst op schuld, straf en boete. Terwijl er haast nooit een bewust slechte intentie zit achter incidenten. Meer nog: zelden gaat het om een strikt individuele verantwoordelijkheid maar gaat het om een gevolg van het falen van een systeem. Net daarom is het zo noodzakelijk dat we bij een incident heel nauwkeurig gaan uitpluizen wat er is misgegaan, hoe het zo ver is kunnen komen en vooral hoe we het in de toekomst kunnen vermijden.”

In dat hele proces is de incidentmelding cruciaal. “Op dit moment hebben we geen enkele correcte databank over incidenten. Toch hebben andere sectoren ons geleerd hoe je incidenten kunt vermijden door een eerlijke melding van het incident, zonder vrees voor persoonlijke repercussies. Denk maar aan de luchtvaartsector waar men miljoenen pompt in het opsporen van de oorzaak van een vliegincident. Om dan onmiddellijk maatregelen te nemen zodat eenzelfde incident zich in de toekomst niet meer kan voordoen.”

Maar moet je dan elk incident, hoe onbetekenend ook, melden? “Kwaliteit is iets wat oneindig is”, zegt Dominique Vandijck terwijl hij een tekening van een liggende driehoek maakt. “We moeten keer op keer willen excelleren in wat we doen en als beroepsgroep moeten we ergens een lijn trekken. We moeten een minimale kwaliteitsgrens trekken. Alleen zitten we met twee grote misvattingen. De eerste misvatting is het feit dat men de vlag van ‘kwaliteit’ gaat gebruiken voor andere doeleinden. Bijvoorbeeld als argument om een zeer duur, maar eigenlijk overbodig toestel aan te kopen. De tweede misvatting is dat die kwaliteitsgrens wordt gezien als een doel, het einde en niet als het begin. Zo’n kwaliteitsgrens moet een minimum zijn.”

Spaarzaam zijn in afvinken

Het klinkt allemaal goed. Ook binnen de accreditatiesystemen zien we hoe er bepaalde kwaliteitseisen worden gesteld. “Die accreditatiesystemen hebben ons - als we het hebben over kwaliteit - vooral met onze neus op de feiten gedrukt. Vroeger deden we soms dingen niét die eigenlijk wél moesten gebeuren. Maar veel ziekenhuispersoneel heeft het gevoel dat er alsmaar dingen bij komen en dat de kwaliteit net daardoor vermindert. We mogen ook niet blind zijn”, zegt Vandijck. “We kampen met een structureel tekort aan personeel en hun klacht is niet onterecht. Er komen eisen bij, er komen taken bij… maar vaak vergeten ziekenhuizen en overheid in dat proces om achterom te kijken en ook te schrappen in dingen die al lang geëist werden maar door bijvoorbeeld een accreditatiesysteem overbodig zijn geworden. Mensen zijn best bereid om aan kwaliteitsopvolging te doen, om zaken in dat kader te registeren, maar dubbel werk, nee. Als je dat niet doet, riskeer je een soort van kwaliteitsfatigue en daar wordt niemand beter van. Denken we maar aan de zovele scores die verpleegkundigen moeten afvinken: de delierscore, de pijn-score, de nutritiescore… Op zich allemaal zaken waarvan mensen overtuigd zijn dat het de kwaliteit verbetert, maar wanneer die allemaal samen moeten afgevinkt worden, zien mensen tussen de bomen het bos niet meer. Ik hou dan ook een warm pleidooi voor het spaarzamer zijn bij het afvinken. Het zal de kwaliteit ten goede komen.”

Toekomst

De ziekenhuissector staat voor heel veel nieuwe uitdagingen. Er zit grote verandering in de lucht. “Maar patiëntveiligheid dreigt nu net gehypothekeerd te worden als de complexiteit verhoogt”, stelt Dominique Vandijck. “Ondanks de gigantische vooruitgang die we in het bijzonder in de gezondheidszorg de voorbije decennia gekend hebben, is de complexiteit in de zorg tegelijkertijd exponentieel toegenomen met als gevolg dat het risico dat er iets fout loopt, ook gaat stijgen. Wij hebben de veiligheid willen verhogen door extrinsieke kwaliteitsverbetering in te voeren. We hebben complexe controlemechanismen ingevoerd en ja, we hebben kwaliteitswinst gemaakt. We verwachten o zo veel van de sector, en de veranderingsbereidheid van de sector is bewonderswaardig. Maar de snelheid waarmee alles moet gebeuren is onwaarschijnlijk hoog. Ik ben er dan ook niet van overtuigd dat we er performanter zullen uitkomen. En we mogen vooral niet vergeten dat kwaliteit en doeltreffendheid onlosmakelijk met elkaar verbonden moeten zijn. In tijden waarin grote hervormingen moeten doorgevoerd worden, weliswaar budgetneutraal, moeten we gezondheidseconomisch denken, maar wel ten dienste van de kwaliteit. Nooit ten koste van de kwaliteit en dat is toch wel een voetangel waarvoor we zeer beducht moeten zijn. Het zou dan ook goed zijn als men niet alleen kortzichtig kijkt naar de kostprijs van kwaliteit, maar ook naar de kostprijs van non-kwaliteit.”

Infrastructuur

“Wie een veilige omgeving voor de patiënt - en voor het personeel trouwens ook - wil installeren, moet investeren. Maar wat zien we? Dat voor de ziekenhuizen geen toereikende financiering gereserveerd is voor die beveiliging. Of dat die beveiliging technologisch wordt ingezet voor zaken die niet in de lijn staan van onze perceptie op privacy. Denken we maar aan bijvoorbeeld de baby-enkelband op materniteit of de trackingsystemen bij ouderen op geriatrie.”

“Kwaliteit, duurzaamheid en solidariteit gaan samen en we zien dat er op die driehoek vandaag de dag spanning komt te staan. De burger heeft niet altijd het gevoel dat zijn solidariteit (in de vorm van bijdragen en belastingen) omgezet wordt in iets wat duurzaam en kwalitatief is.”

Désirée De Poot

Veiligheid….

Veiligheid…. het is een vlag die een immense lading dekt. Het is pas de laatste jaren dat ‘veiligheid’ - of het nu om patiëntveiligheid gaat of personeelsveiligheid - een hot item is geworden dat zelfs is doorgedrongen tot de accreditatietrajecten. We hebben het over veiligheid als we spreken over databeveiliging, maar ook over fysieke veiligheid als we ons personeel behoeden voor agressie van patiënten of hun families. We spreken over veiligheid als we menselijke fouten in het OK of bij de geneesmiddelenverdeling willen vermijden en veiligheid als we ervoor zorgen dat bezoekers niet in de lift blijven steken. Maar ook de preventie van burn-out van medewerkers leidt tot grotere veiligheid in een ziekenhuis…

Accreditatie: kind met badwater niet weggooien

Er is de laatste tijd heel wat te doen rond de accreditatietrajecten. Haast elk ziekenhuis dat die naam waardig is, is ondertussen toegetreden tot JCI of NIAZ. Maar de ziekenhuizen beginnen ook meer en meer terughoudend te worden. En dat is begrijpbaar, vindt professor Vandijck. “Accreditatie an sich is iets fantastisch. Nog nooit hebben we op zo’n korte tijd zoveel winst gemaakt op patiëntveiligheid. We mogen het kind dus met het badwater niet weggooien. Omgekeerd ondermijnen de huidige accreditatiesystemen zichzelf deels omdat ze soms extreem aan mierenneukerij doen en dat begint velen tegen te gaan. Maar wat is het alternatief? Alleen als we iets hebben dat een degelijk alternatief is en dat meer aangepast is aan de manier waarop wij hier in ziekenhuizen werken, kunnen we overwegen om de huidige systemen te al dan niet deels te verlaten. Alleen is dat alternatief er nu niet. Tegelijkertijd moeten we ook zelf durven reageren want aan contextuele factoren kun je zelf heel veel doen. Voor mij is de accreditatie van een ziekenhuis de fundering en de ruwbouw. Het is aan onszelf om nu de binnenarchitectuur aan te passen en hier kan men zeer creatief en innovatief tewerkgaan. We moeten van extrinsieke kwaliteit naar intrinsieke kwaliteit overstappen. Dat kan alleen als je bewustwording creëert en door de huidige accreditatiesystemen hebben we dat wel bereikt.”