Draadloos systeem detecteert risico-patiënt

Sensor volgt parameters perfect op

19 april 2018

Wat als je patiënten zo zou kunnen opvolgen dat je kunt ingrijpen vooraleer hun toestand verslechtert? Het is de droom van elke arts en verpleegkundige, maar praktisch kun je niet elke patiënt continu opvolgen. Die ‘kun’ is nu ‘kon’ geworden, want in het Gentse Maria Middelares kunnen ze via een eenvoudig, niet-invasief en betrouwbaar draadloos systeem elke patiënt die ze willen, opvolgen en onmiddellijk ingrijpen als de toestand van die patiënt nog maar dreigt te verslechteren.

“We zijn een middelgroot ziekenhuis dat koploper wil zijn als het gaat om innovatie”, klinkt het bij Kurt Roesbeke, projectmedewerker Zorgondersteuning en Technologie van AZ Maria Middelares. Al begint dit verhaal eigenlijk al jaren geleden. “Toen geraakten wij gewonnen voor een Early Warning-systeem, zoals dat toen al in Australië volop in gebruik was. Bij een patiënt die op intensieve zorgen ligt, weet je dat hij in kritieke toestand is of dreigt te komen. Veel interessanter is het echter te weten waar in ons ziekenhuis een patiënt zo achteruitgaat, dat er een ernstig gezondheidsrisico ontstaat.”

Het ziekenhuis startte met een Early Warning-systeem, gebaseerd op vijf parameters. “Concreet betekent het dat de afdelingsverpleegkundige een aantal klinische parameters op het moment van de observatie noteert: ademhalings-frequentie, systolische bloeddruk, hart-frequentie, lichaamstemperatuur en een eenvoudige schaal voor bewustzijn (WAPA). Naarmate de parameters (positief of negatief) meer afwijken van de normale waarde, worden strafpunten toegekend. De som van deze strafpunten vormt de Early Warning Score. Die kan variëren tussen 0 en 18. Indien deze EWS 5 of meer bedraagt, belt de afdelingsverpleegkundige het Rapid Response Team (RRT) op”, verduidelijkt Tom Verbeke, hoofdverpleegkundige van de dienst intensieve zorgen van het ziekenhuis en teamleider van het RRT. “We weten immers dat er al zes uur voordat een patiënt zo ernstig ziek is dat hij gereanimeerd moet worden, signalen zijn die wijzen op die achteruitgang. Maar ze werden vroeger niet tijdig onderkend.” Het RRT is gespecialiseerd in onmiddellijke interventies. “Het zijn verpleegkundigen die vrijgesteld worden vanuit intensieve zorgen en die volop worden ingezet op niet-gemonitorde afdelingen.”

Reanimaties dalen

De resultaten logen er niet om: op de 27.000 patiënten die jaarlijks in AZ Maria Middelares terechtkomen, moet het interventieteam iets meer dan 400keer tussenkomen. “In de afgelopen jaren hebben we gezien dat het aantal reanimaties op de afdelingen met 80 procent is gedaald”, zegt Jolien Vanden Berghe, projectmedewerker en continu bezig met innovatie in het ziekenhuis. “Dat komt niet alleen door geregeld te monitoren, maar ook door voldoende aandacht te besteden aan coaching. Daardoor is er op de afdelingen meer inzicht gekomen in wat de signalen zijn die wijzen op een patiënt van wie de toestand achteruitgaat.”

Als er dan toch moet gereanimeerd worden, dan komt er nadien een evaluatie. “We moeten vooral weten wanneer we die reanimatie hadden kunnen vermijden, want we moeten ook realistisch zijn: niet elke reanimatie kan vermeden worden door monitoring.”

Bij het Early Warning-systeem worden de patiënten drie keer per etmaal gemeten. Als de score stijgt naar ‘2’, gebeurt die controle om de drie uur. Stijgt ze naar ‘3’ of ‘4’, dan wordt er om het halfuur gemonitord. Bij ‘5’ wordt er onmiddellijk ingegrepen.

“In 2015 zijn we verhuisd naar de huidige campus”, vertelt Kurt Roesbeke. “Wij zochten al langer naar een systeem om de opvolging te verbeteren en dus te automatiseren. Bij de aanbesteding van het ziekenhuis hebben we die automatisering meegenomen.” Philips sprong meteen op de kar. “Initieel ging het om een bakje, twee luciferdoosjes groot, die op de borstkas van een patiënt werd gelegd. In een tweede fase werd een draadloze sensor ontwikkeld die op de borstkas wordt aangebracht en die de hartfrequentie, temperatuur, ademhalingsfrequentie en de houding van de patiënt meet, én valdetectie heeft. De draadloze sensor is patiëntgebonden en heeft een autonomie van zeven dagen. Daarmee worden de parameters in realtime doorgestuurd naar het elektronisch patiëntendossier (EPD). Als de toestand van de patiënt zo verslechtert dat de verpleegkundige snel moet ingrijpen, dan maak hij verbinding met de smartphone van de afdelingsverpleegkundige.”

Continue monitoring

De parameters worden dus opgeslagen in het EPD, maar de verpleegkundige krijgt ook een lijst van alle gemonitorde patiënten met kleurcodes die aangeven hoe hoog de Early Warning Score is. “Deze automatisering is bovendien veel accurater omdat je zonder automatisatie, bijvoorbeeld voor de ademhaling, moet afgaan op de waarneming van de verpleegkundige. Het is bovendien een tijdsintensieve en moeilijk objectiveerbare methode. De tijd die de verpleegkundige met het automatiseren van het systeem wint, kan hij of ze gebruiken voor andere patiëntgerichte zorgtaken. Het is dus absoluut niet de bedoeling om met dit systeem personeel uit te winnen”, verduidelijkt Tom Verbeke.

Het project is uniek in Europa en is nog altijd in ontwikkeling. “Wij denken nu al aan een derde fase waarbij de sensor onder de matras van bepaalde patiënten kan gelegd worden. Die sensor kan de ademhaling, de beweging en de hartfrequentie perfect opvolgen en calculeert valrisico in.”

Het pilootproject met de sensor op de huid wordt nu bij duizend patiënten op vier verschillende afdelingen uitgerold. “Het is nog te vroeg om een totaalbeeld te krijgen van wat deze opvolging zal betekenen voor onze patiënten”, verduidelijkt Tom Verbeke. “We weten nu dat patiënten op een niet-gemonitorde afdeling die een Early Warning Score van ‘3’ of ‘4’ hebben in iets meer dan een op de vijf gevallen op de dienst intensieve zorgen terechtkomen. Door de vroegere detectie vermoeden we dan ook dat dit aantal zal dalen.”

Philips laat weten dat het pilootproject nu verder wordt uitgerold en dat patiënten op termijn zelfs thuis met de technologie kunnen worden opgevolgd.

Aan dit systeem waarbij patiënten beter opgevolgd worden, waardoor sneller kan ingegrepen worden en waarbij dus niet alleen levens worden gered maar ook dure interventies vermeden, hangt een pervers neveneffect. “Wij worden financieel afgestraft omdat we het beter doen”, klinkt het bij AZ Maria Middelares. “Als we minder reanimeren en minder patiënten naar de dienst intensieve zorgen sturen, dan krijgen we minder geld. Bovendien moeten we alle kosten van de monitoring ook zelf dragen. Per patiënt is dat 35 euro, geld dat niet gerecupereerd kan worden.”

Désirée De Poot

Gestraft voor betere zorg…

Aan dit systeem waarbij patiënten beter opgevolgd worden, waardoor sneller kan ingegrepen worden en waarbij dus niet alleen levens worden gered maar ook dure interventies vermeden, hangt een pervers neveneffect. “Wij worden financieel afgestraft omdat we het beter doen”, klinkt het bij AZ Maria Middelares. “Als we minder reanimeren en minder patiënten naar de dienst intensieve zorgen sturen, dan krijgen we minder geld. Bovendien moeten we alle kosten van de monitoring ook zelf dragen. Per patiënt is dat 35 euro, geld dat niet gerecupereerd kan worden.”