Indicatoren in intensieve geneeskunde

Intensieve zorg onder monitoring

14 juni 2018

Het MICA-project (Monitoring Intensive Care Activities), ontwikkeld door de FOD Volksgezondheid, heeft tot doel het gebruik van kwaliteits- en prestatie-indicatoren in de Belgische Intensive Care Units (ICU’s) te stimuleren. Door een reeks gegevens aan het bed van de patiënt te verzamelen, kan men de kwaliteit en kwantiteit van de zorg volgen en deze activiteit tussen ziekenhuizen vergelijken.

© © Belga Image

Hoe kan men de intensieve zorg in België verbeteren? Hoe kan men de kwaliteit van de intensieve geneeskunde en de veiligheid van de patiënten die op intensive care verblijven optimaliseren? Om deze vragen te beantwoorden, heeft de FOD Volksgezondheid in 2015 het MICA-project (Monitoring Intensive Care Activities) gelanceerd. Om deel te nemen, moesten geïnteresseerde ICU’s ziekenhuisbeheersoftware hebben waarin de laboratoriumgegevens en een klinisch informatiesysteem werden geïntegreerd. Het is een Braziliaans programma, Epimed, dat werd gekozen en aanvankelijk werd getest door 6 pilootziekenhuizen (Erasmusziekenhuis, UZ Gent, Academisch Ziekenhuis Ambroise Paré, CHU Charleroi, AZ Roeselare, OLV Aalst).

De eerste stap bestaat uit het verkrijgen van enerzijds klinische en epidemiologische gegevens van patiënten die zijn opgenomen op de ICU en anderzijds gegevens over de verblijfsduur en het gebruik van verschillende soorten intensieve zorgtechnieken zoals invasieve en niet-invasieve beademing, dialyse, hemodynamische monitoring, extrarenale klaring en extracorporale oxygenatie. Daar worden nog de gegevens over de evolutie van patiënten aan toe gevoegd: waar komen ze vandaan, waar gaan ze heen, wat gebeurt er met hen (sterfgevallen tijdens een verblijf op intensive care of in het ziekenhuis).

Perfect overzicht

“Het doel van al dit werk is om indicatoren te hebben die erkend zijn in de internationale literatuur. Ze worden automatisch gegenereerd door het systeem voor gegevensregistratie en bieden informatie over de kwaliteit en veiligheid van patiëntenzorg”, legt dr. Pascal Reper uit, expert bij de FOD Volksgezondheid in de Eenheid kwaliteit en patiëntveiligheid en diensthoofd van de ICU van het CHR Haute Senne dat zich in september 2017 bij het project aansloot.

De kwaliteit van zorg wordt bepaald door indicatoren zoals ventilatiesnelheid, nosocomiale infecties en verschillende soorten infecties die tijdens de zorg zijn opgedaan (gerelateerd aan het gebruik van een urinekatheter of centrale katheter). “Dit geeft een duidelijk beeld van het type infectieuze problemen dat optreedt bij intensive care patiënten (hetzij als een reden voor ziekenhuisopname, hetzij als gebeurtenis tijdens de ziekenhuisopname), het soort kiemen (in het bijzonder het voorkomen en de incidentie van multiresistente kiemen), evenals het antibioticagebruik (nauwkeurig in kaart brengen van antibioticagebruik),” zegt de intensivist.

De analyse van de gegevens gebeurt automatisch, maar dat is niet het geval voor het inbrengen ervan, waarschuwt hij. “De beperkende factor is altijd dezelfde, we moeten de gegevens invoeren. Sommige processen zijn nog niet geautomatiseerd, zoals het importeren van laboratoriumgegevens (met inbegrip van infectieziekten). Dit alles moet handmatig worden gedaan, wat een extra werklast betekent voor het medisch team. Maar als tegenprestatie krijg je een volledige en perfecte beschrijving van jouw activiteit: aantal dagen dialyse, ventilatie… “

Automatische vergelijking

Het derde luik, ten slotte, is een vergelijking tussen de verschillende ICU’s mogelijk te maken, online en in realtime. De verzamelde gegevens vormen de basis van belangrijke indicatoren die het mogelijk maken om ziekenhuizen met elkaar te vergelijken. “Op dit moment hebben we de mogelijkheid om onszelf te vergelijken met de andere instellingen die bij het project betrokken zijn, namelijk de eerste zes pilootziekenhuizen en de aanvullende instellingen waaronder de Europa Ziekenhuizen, het CHU Sart Tilman en het CHR Haute Senne,” legt de intensivist tevreden uit.

Voor dr. Reper was deze ervaring zeer positief. “Het belang is groot omdat het je toestaat om de manier waarop je werkt te volgen en om de gebruikte middelen en de verkregen resultaten in perspectief te plaatsen. Persoonlijk ben ik altijd een groot voorstander geweest van de registratie en automatisering van medische dossiers. We hebben al jaren al deze statistieken voor wat betreft de intensive care. Dit programma maakt het mogelijk om de registratie op een meer formele en geïntegreerde manier te doen en om zich te vergelijken met andere ziekenhuizen. Deze gegevens helpen ook om de dienst binnen de instelling te verdedigen.”

In de toekomst hoopt hij dat ook andere instellingen dit programma zullen gebruiken voor de registratie van verpleegkundige en medische activiteiten, een wettelijke verplichting voor intensive care-afdelingen. Uiteindelijk is het de bedoeling om dit soort informatie over te kunnen dragen aan de gezondheidsautoriteiten en om zich in te schrijven in een accreditatieprocedure.

micaproject.be

Martine Versonne

ICU’s en cijfers

Wat leert het MICA-project ons in de praktijk? In België tonen de cijfers van 30 april aan dat 10 ziekenhuizen deelnemen aan het project, wat overeenkomt met 18 ICU’s, 290 bedden en 15.835 opnames (40,83 % vrouwen en 59,17% mannen). De gemiddelde leeftijd van de patiënten is 62 jaar, de 60-80 jarigen vormen 47 %; 40-60 jarigen, 26%;> 80 jarigen, 15% en <40 jarigen, 12%.

Men kan ook de diagnose te weten komen per type opname. De meest voorkomende in geval van een medische opname zijn infecties/sepsis (19,90%), neurologisch (18,39%), respiratoir (behalve sepsis/infectie) (12,9%), cardiovasculair (11,96%)… Wat betreft geplande operaties valt 33,41 % onder hartchirurgie, 16,27% van de neurochirurgie, 6,83% algemene chirurgie of endovasculaire procedures… En tot slot, wat spoedoperaties betreft, gaat het in 16,73% van de gevallen om neurochirurgie, 11,25 % polytrauma’s, 11,25% algemene chirurgie of endovasculaire procedures, 7,8% van vaste orgaantransplantaties…

De meest voorkomende comorbiditeiten zijn hypertensie (51.22%), diabetes (24.21%), solide tumoren (23.32%), hartfalen (18.45%), chronisch nierfalen (16,02%)… Wat betreft het gebruik van een invasieve ondersteuning, gaat het bij 38,83% van de opnames om mechanische ventilatie, bij 19,34% om vasopressoren en bij 3,59% om dialyse.

MICA maakt het ook mogelijk om de opnameduur op ICU (4,03 dagen) te vergelijken met de gemiddelde opnameduur in het ziekenhuis (19,10 dagen); het sterftecijfer op ICU (9,81) en in het ziekenhuis (15,14); en ook de Saps: 3 (48 voor elk type opname, 55,91 voor medische opnames, 36,86 voor geplande operaties en 49,88 voor spoedoperaties).