beMedTech: Paul Soenen maakt plaats voor Annick De Keyzer

“De silo’s verhinderen budgettair efficiënte gezondheidszorg”

13 september 2018

17 jaar, waarvan 12 jaar als voorzitter, was hij onlosmakelijk verbonden met beMedTech, wat toendertijd nog Unamec heette. Nu geeft Paul Soenen (Medtronic) de fakkel door aan Annick De Keyzer (J&J), die daarmee meteen ook de eerste vrouwelijke voorzitter van de vereniging wordt.

Het vuur is nog lang niet gedoofd, de goesting ook niet. Maar soms is het ook goed om een stap achteruit te zetten. “En eigenlijk heb ik nooit een echte tegenkandidaat gehad”, lacht Paul Soenen breed. “Maar na 17 jaar en twee grote transformaties is het genoeg geweest.” Annick De Keyzer kent het huis en is al even gedreven als Paul Soenen. De opvolging is dus verzekerd.

Paul Soenen is nooit de man geweest die in de schijnwerpers wilde staan. “Daarvoor had ik Richard Van den Broeck”, verduidelijkt hij. “Ik was voorzitter en Richard trad naar buiten. Zo was het goed. Ik heb alle veranderingen vooral intern geleid. De Raad van Bestuur (nvdr die dat mandaat onbezoldigd uitvoert) is door de tijd wel veranderd. We hebben profielen aangetrokken die zich werkelijk wilden inzetten voor de vereniging en die onze strategie deelden. Het is niet evident om een rode draad te vinden die de 218 leden verbindt. Want medische hulpmiddelen overspannen een heel breed spectrum.”

De vraag of het dan wel nuttig en werkbaar is om de belangen alle mogelijke medische hulpmiddelen te willen verdedigen, stelt zich volgens Soenen niet. “Het is altijd zo geweest en het is ook goed. Het gaat om producten die zo oud zijn als de straat en gloednieuwe technologieën. Ons sterk punt is net dat wij alle mogelijke medical devices verdedigen, alles wat een patiënt nodig heeft bij zijn behandeling: van pleister tot MRI.”

“In het strategisch plan hebben we wel inzicht gekregen over wat onze leden van ons verwachten”, vult Paul Soenen aan. Opvallend trouwens is dat het maken van een strategisch plan eigenlijk vrij recent is. Het eerste strategische plan werd pas 10 jaar geleden gemaakt. “De vraag is vooral hoe je als organisatie aan die verwachtingen kunt voldoen.”

Drie assen

Dat strategisch plan bestaat uit drie grote assen: follow up, belangenverdediging en ‘op de hoogte blijven van’. “Elk lid bepaalt welke as voor hem het belangrijkste is”, verduidelijkt De Keyzer. “Het kan zijn dat hij enkel wil weten wat er wettelijk verandert. Maar het kan ook zijn dat hij er vooral op gericht is om zijn marktpositie te behouden.”

“Als je dit kader hebt, kun je prioriteiten gaan definiëren. Voorwaarde voor dit alles is dat de leden transparantie krijgen. Daarom hebben we elke sectie via vijf vragen doorgelicht.”

De naamsverandering van Unamec naar beMedTech was het bijna logische gevolg van die operatie. “Niemand wist op de duur nog waar de naam Unamec vandaan kwam en voor wat het stond. Bovendien hebben we met beMedTech nu een zichtbare link met het Europese MedTech, wat ons sterker maakt.”

Onlangs nog liet Medaxes weten dat het zich ook openstelt voor bedrijven die medical devices maken. Paul Soenen en Annick De Keyzer zien dat niet meteen als een bedreiging. “Je moet je energie steken in die zaken die jouw eigen verhaal zijn. Onze dynamiek is anders. En vanzelfsprekend stellen er zich problemen: iedereen vist in hetzelfde budget, zowel geneesmiddelen als medische hulpmiddelen. Het budget voor de gezondheidszorg is nu eenmaal beperkt.”

Probleem: de silo’s

Meteen halen beiden hét grote probleem naar voor: de silo’s. “Onze gezondheidszorg wordt gekenmerkt door silovorming. Elk van die silo’s hebben hun eigen budgetten. Er is geen ‘overloop’ tussen die silo’s. Maar de patiënt doorloopt al deze silo’s van de gezondheidszorg en de medische hulpmiddelen hebben daarin een voortrekkersrol want zij volgen de patiënt doorheen al die silo’s. Het budget voor de gezondheidszorg is in se voldoende, maar omdat er geen communicatie, noch overloop tussen de silo’s is, worden de middelen niet goed aangewend.”

De oplossing ligt volgens beide gesprekspartners voor de hand: er moet tussen de verschillende silo’s gecommuniceerd worden en er moet een duidelijke analyse gemaakt worden van wat een meerkost is en wat een besparing. “Om dat te bereiken is het nodig dat er een debat wordt gevoerd over de waarde van de gezondheidszorg voor de patiënt.”

“Dat is geen eenvoudige opdracht, we zijn ons daarvan bewust, maar het is niet omdat het niet eenvoudig is, dat we het niet moeten doen. Om een voorbeeld te geven: de Belgische markt van de medische hulpmiddelen bedraagt op dit moment 3,5miljard euro. Daarvan is amper 800miljoen terugbetaald. De meeste van de middelen zitten nu op een verschillende plaats in de financiering. Daarom moeten alle niveaus met elkaar geen communiceren. Als iedereen - de federale overheid, de regionale overheid, de zorgverstrekkers, de industrie en de patiënt - vlot met elkaar zou communiceren, dan eindigen we voor alle partijen met een win-win-situatie.”

Dat de organisatie ernstig wordt genomen, wordt - zeker door het Pact Medische Hulpmiddelen met minister De Block - niet meer in twijfel getrokken. “Voor het eerst werden we rechtstreeks betrokken bij besluitvorming. Dat was zeer constructief. Maar we moeten er ook uit leren. Zo hebben we nu een echte communicatieverantwoordelijke die instaat voor meer en betere communicatie naar de buitenwereld toe. Het wordt tijd dat we beter duidelijk maken wat wij betekenen voor de sector en voor de patiënt. Dat wij een deel van de oplossing zijn, en niet van het probleem. Wij hebben bovendien de middelen om een goede en soms zelfs betere gezondheidszorg te bieden met minder gezondheidswerkers waardoor gezondheidswerkers meer tijd en ruimte krijgen om bezig te zijn met de taken waarvoor zijn expertise onontbeerlijk is.”

Duurzaamheid

Annick De Keyzer weet dus goed welke uitdagingen haar te wachten staan. “Ik ga het pad verderzetten, al weet ik nu ook al dat het ritme serieus omhoog zal gaan. Alles evolueert sneller, we zullen dus een tandje moeten bijsteken. De prioriteit voor mij is zeker en vast de duurzaamheid van ons gezondheidssysteem. De patiënt moet de beste behandeling krijgen op de meest efficiënte manier. Als we dat voor ogen houden, dan belanden we automatisch weer bij onze silo’s, waar we het eerder over hadden.”

Verder wil de kersverse voorzitter zeer goed de vinger aan de pols van de leden houden. “We moeten ons baseren op de input van onze leden. Wat verwacht elk lid van onze organisatie en wat kunnen wij hem bieden. Weet dat lid precies wat wij hem kunnen bieden? Wat kan hij van ons verwachten? Wie van zijn medewerkers is de beste vertegenwoordiger om naar de vergaderingen te sturen? Het directiecomité moet een dynamische en zeer goed voorbereid team zijn. Als je als directiecomité enthousiast bent, dan straal je dat uit op de Raad van Bestuur.”

Désirée De Poot