Als ‘zorg is onze natuur’ ook letterlijk wordt genomen

13 september 2018

Steeds meer ziekenhuizen trekken de ecologische kaart. Vaak gaat het trouwens om een win-win-situatie, al is dat niet altijd zo. En als ziekenhuizen het al hebben over ecologie, dan buigen ze zich eerst en vooral over verwarming en waterhuishouding. Maar sommige ziekenhuizen zetten toch nog een stapje verder. Het AZ Sint-Lucas in het Brugse Assebroek bijvoorbeeld…

Het AZ Sint-Lucas in Assebroek is 50 jaar oud en dus ook vele van hun gebouwen. Daarom werd er doorheen de jaren gerenoveerd en bijgebouwd. Kers op de taart is de dienst kinderen jeugdpsychiatrie, een afzonderlijk gebouw en staaltje van hedendaagse architectuur en technologie. “Het is haast vanzelfsprekend dat we bezig zijn met duurzaamheid”, zegt Alex Masquelier, directeur infrastructuur en facilitaire diensten van het ziekenhuis. “Wettelijk worden ons wel een aantal normen opgelegd in verband met temperatuur, luchtvochtigheid, luchtkwaliteit en energie maar we kunnen zelf ook nog meer doen. Het motto van dit ziekenhuis is ‘zorg is onze natuur’. Dan hebben we het natuurlijk in de eerste plaats over de zorg voor de patiënt, maar we willen toch ook de nadruk leggen op die ‘natuur’. Want zonder een goede economische en ecologische onderbouw kun je geen goede zorg geven. Het AZ Sint-Lucas wil de publieke middelen die het toegewezen krijgt op een verantwoorde manier gebruiken.”

Het ziekenhuis begon, haast tien jaar geleden, met een economisch/ecologische manier om doeltreffend met energie om te gaan. “Het AZ Sint-Lucas is een van de weinige ziekenhuizen dat nog voor een groot deel rechtstreeks elektrisch wordt verwarmd”, zegt Alex. “In tegenstelling tot wat men zou denken, zijn onze energiekosten erg laag. Wij worden immers gezien als grootverbruiker en zijn een rechtstreekse klant van Elia. Naar mijn weten werken slechts twee ziekenhuizen in België op die manier. Door deze keuze hebben we veel minder uitgaven voor de uitbating en kunnen we in een investeringssysteem stappen waardoor energiebesparende maatregelen ook financieel worden ondersteund.”

In 20 verschillende projecten werd nagegaan hoe men, via heel kleine ingrepen, verantwoord kon omgaan met energie. “Zo hebben we in het relightingproject alle TL8-lampen vervangen door LED-verlichting en TLS. We hebben aanwezigheidsdectectie, maar ook afwezigheidsdetectie. We proberen ook zoveel mogelijk warmte te recupereren. Wat aan energie vrijkomt bij de centrale sterilisatie, wordt gerecupereerd. Dat gebruiken we bijvoorbeeld om ons therapiebad op te warmen. We hebben ook al onze wasmachines en droogkasten vervangen. Het is een misvatting dat je moet wachten tot machines defect of compleet versleten zijn om ze te vervangen door zuinigere en milieuvriendelijkere machines. Door ze vroegtijdig te vervangen en de terugverdientijd te berekenen kom je vaak niet alleen goedkoper uit, maar door de evolutie van de technologie zie je dat je ook economischer, ergonomischer en milieuvriendelijker kunt werken.”

Dit zijn allemaal maatregelen die in een eerste fase werden genomen. “In een tweede fase willen we in onze keuken overstappen op gas en met het studiebureau Ingenium zijn we aan het bekijken hoe we aan meer energie-optimalisatie kunnen doen. In ziekenhuizen heeft men de neiging om sluipende energievreters te onderschatten. Kleine maatregelen die grote gevolgen kunnen hebben. Denken we maar aan het goed afregelen van de ventilatie.”

Duurzaam

Als een ziekenhuis wil kiezen voor meer duurzame oplossingen, dan leidt dat ontegensprekelijk tot discussies. “Neem nu bijvoorbeeld de vraag of we alle plastic moeten bannen en vervangen door glas. Dan moeten we ons de vraag stellen of glas nu echt ecologischer is. Glazen flessen moeten tweemaal getransporteerd worden en uitgebreid behandeld worden vooraleer je ze opnieuw kunt gebruiken. Het is een discussie waar het laatste woord nog niet over gezegd is.”

In september 2017 is het ziekenhuis ook begonnen met een andere manier van omgaan met de voedselbedeling. “Wij hebben er resoluut voor gekozen om van twee keuzemenu’s per dag naar één menu en een vegetarische variant te gaan. Maar dat ene menu kent wel heel veel keuzecomponenten. Als je het vast menu niet lust, heb je - hoe vreemd het ook klinkt - net méér keuze, maar er is veel minder verspilling. Wij hebben ook maatregelen genomen om de voedselverspilling tijdens vergaderingen te verminderen. Vroeger werkten we met een vergaderzaalpakket waardoor er eigenlijk heel veel broodjes onaangeroerd richting vuilnisbak verhuisden. Vanaf nu moeten de broodjes vooraf individueel besteld worden.”

Het ziekenhuis wil niet alleen aandacht geven aan voedselverspilling, maar aan alle vormen van verspilling. Zo start deze maand een project om de papierberg te verminderen.

Ecologie boven economie

Soms moet ecologie boven economie staan. Mooiste bewijs in Assebroek is de constructie van de nieuwe dienst kinderen jeugdpsychiatrie. “Het kostenplaatje was goed voor 9miljoen euro”, vertelt Alex Masquelier. “Bij die investering hebben we resoluut de ecologische kaart getrokken, ook al was dat dan economisch gezien niet de meest interessante oplossing. Het gebouw is CO2-neutraal en alle energie die we nodig hebben voor de elektriciteit, wekken we op met zonnepanelen. Het is een passiefgebouw met een terugverdientijd van de extra genomen maatregelen van 30 jaar. Het is laag energetisch, waarvoor we een gevelisolatie hebben gebruikt van maar liefst 32 centimeter en driedubbele beglazing.”

Désirée De Poot

Foodwin… duurzaam met voedsel omgaan

Het voorkomen van voedselverlies is voor de stad Brugge een topprioriteit. Voedselverlies zit dan ook vervat in de duurzame voedselstrategie van Stad Brugge en het vermijden ervan maakt deel uit van de maatregelen die zullen getroffen worden in het kader van de doelstelling Bruggeklimaatneutraal 2050.

Een van de strategische prioriteiten onder voedselverlies was het Foodwin-project ‘Reductie van voedseloverschotten bij publieke organisaties’. Stad Brugge spitste de actie rond voedselverlies toe op de sector zorginstellingen en kreeg van OVAM een subsidie van 50 procent. De organisatie Foodwin, het Europees innovatienetwerk rond voedselverlies, ondersteunt, samen met innovatoren en ondernemers, steden en lokale overheden om voedselverlies te reduceren. Samen met de dienst leefmilieu zullen zij de zorginstellingen begeleiden en coachen.

Stad Brugge en het Brugs Food Lab willen met dit project

bewustmaking creëren bij een wijd publiek;

kosten besparen voor deze zorginstellingen;

uitstoot van broeikasgassen (gelinkt aan het gederfde voedsel) verminderen.

De deelnemende zorginstellingen zijn: het AZ Sint-Jan, het AZ Sint-Lucas, vzw de Kade, campus Het Anker, Rudderstove (centrale keuken OCMW Brugge) en woonzorgcentra.

Dessertje in de gang

Het AZ Sint-Lucas is een van de zes zorginstellingen die meedoen aan het Brugse Foodwin-project. “We zijn onze actie rond voedselverspilling in de verpleegeenheden geriatrie en orthopedie opgestart”, verduidelijkt Ursula Stalpaert, diensthoofd hoteldiensten van het AZ Sint-Lucas. “Het hele project vraagt behoorlijk wat werk, maar is op termijn zeker lonend. Zo zijn we begonnen met alles wat in de verpleegeenheid werd bedeeld af te wegen. Wat krijgen de patiënten en wat komt terug? Dan zijn we die resultaten gaan analyseren. Hoeveel komt er terug? Waarom is er van dit of dat zoveel over? Via een tevredenheidsenquête zijn we ook meer te weten gekomen over wat de patiënt verwacht. We hebben ook maatregelen genomen om in de verpleegeenheden minder te verspillen door bijvoorbeeld sneller op de hoogte gebracht te worden van een ontslag.”

Op basis van wat er tijdens de eerste ronde werd gemeten, zijn er aanpassingen gebeurd. De resultaten van een tweede meting zijn binnenkort beschikbaar. Zo zal men kunnen nagaan of de interventies geleid hebben tot minder verspilling.

“Het grote probleem op ziekenhuisafdelingen is dat alles wat in contact is gekomen met de patiënt of de patiëntenkamer niet langer in circulatie mag blijven en moet vernietigd worden”, verduidelijkt Ursula. “Met als gevolg dat we vroeger bijvoorbeeld tientallen potjes yoghurt moesten weggooien. Het waren potjes die op de plateau in de patiëntenkamer waren gedragen en ongeopend werden teruggestuurd. Nu zetten we die potjes niet langer op de plateau, maar houden we ze in de maaltijdkar op de gang en krijgt de patiënt de vraag of hij een yoghurt wil. Idem voor alle desserts. Die worden aangeboden, maar blijven op de kar.”

Op dezelfde manier gebeurt nu ook de waterbedeling. Vroeger kreeg elke patiënt ongevraagd een klein flesje water op de kamer. Die flesjes worden nu op vraag verdeeld. “We zijn een stukje strikter geworden, maar dat komt ook omdat de ligduur korter is geworden. Bij een opname die drie dagen duurt, kan de patiënt eigenlijk maar één keer kiezen wat hij wil eten. De eerste dag is het de standaardmaaltijd en de laatste dag wordt de patiënt ontslagen.”

Het systeem is strikter, maar er is ruimte voor uitzonderingen. “Palliatieve patiënten blijven echt de mogelijkheid hebben om iets te bestellen waar ze echt zin in hebben. En onze kok gaat geregeld aan bed. Zo houdt hij de vinger aan de pols en komt hij rechtstreeks van de patiënt te weten wat hij van het eten vindt.”