Van de tuin tot het dak, een milieuvriendelijk ziekenhuis

13 september 2018

Hoe pakt een regionaal ziekenhuis de uitdagingen aan die duurzame ontwikkeling stelt? In Doornik profiteerde het CHwapi van een ambitieus bouw- en renovatieproject om de weg in te slaan van een ecologisch verantwoord beleid.

Hoe ziet het ziekenhuis van morgen eruit? De verantwoordelijken van het CHwapi (Centre Hospitalier Wallonie Picarde) zetten een project op waarvan het duurzame karakter op meerdere vlakken werd doorgetrokken: comfort, energie, transport, beleid, water, vervuiling, materialen, afval en ecologie.

Het CHwapi verenigt eigenlijk drie sites in Doornik (Notre Dame, Union en IMC) en een consultatiecentrum in Péruwelz, en stelt in het totaal 2.700 mensen te werk, waaronder meer dan 300 artsen. Het ziekenhuis is goed voor zo’n 31.000 opnames per jaar. Maar er bestaat een strategisch plan om drie sites in Doornik te centraliseren op de site Union. “Dit is een onderneming van lange duur die rond 2023 zal afgerond worden en die begon met in een eerste fase het optrekken van een nieuw gebouw en een reeks renovaties van de oude gebouwen. In de tweede fase zal nog een nieuw gebouw worden opgetrokken”, zegt directeur Infrastructuur, Didier Lefèvre.

Nieuwe kijk op de dingen

Fase 1 van de werken, die na tien jaar in 2016 is beëindigd, kaderde al in het plan van duurzame ontwikkeling, met name door de isolatie van de gevels. “We hebben ook aandacht besteed aan een zeer energie-intensief aspect in de gebouwen, het koelen van faciliteiten zoals de datacenters, de operatiekamer of airconditioning. De nieuwe kamers zijn uitgerust met koude plafonds die milieuvriendelijker zijn. Daarnaast is dit gebouw voorzien voor warmtekrachtkoppeling (warmte die vrijkomt bij de productie van elektriciteit).”

In juli werd een grote werf van fase 1 voltooid, met name de installatie van fotovoltaïsche cellen op bijna duizend vierkante meter dakoppervlak. Ze zullen ongeveer 5 procent van de totale elektriciteitsbehoefte leveren en zullen over een tiental jaar winstgevend zijn.

“Voorheen kregen we duurzame investeringen niet goedgekeurd als er geen economisch belang bij kwam kijken. Intussen is de manier waarop men hier tegenaan kijkt geëvolueerd en investeert het ziekenhuis nu gemakkelijker in duurzame ontwikkeling,” merkt hij op.

De werkzaamheden in fase 1 hadden ook betrekking op het water. “We verzamelen regenwater, voornamelijk als spoelwater. In fase 2 gaan we verder aangezien het ziekenhuis drinkwater produceert als ‘afvalproduct’ bij de sterilisatie en de dialyse waarvoor heel zuiver water nodig is. Om 1l zuiver water te bekomen, gaat er 4 tot 5l drinkwater verloren dat we zullen recupereren en opnieuw in ons drinkwatersysteem zullen brengen.”

Nagenoeg passief

Het CHwapi is ook van plan om zijn energiebronnen te diversifiëren. Zo zal het in fase 2 mogelijk worden om naast fotovoltaïsche energie ook geothermische energie te ontwikkelen. “Deze energie is gratis, maar volstaat niet om al onze faciliteiten te koelen. Onze ingenieurs hebben een pompsysteem ontwikkeld dat in beide richtingen werkt en dat gebruik zal maken van de interne energie van het gebouw, de geothermie, de fotovoltaïsche cellen en de energie die uit de omgevingslucht kan worden teruggewonnen, zodat we zomer en winter gratis energie kunnen gebruiken om ons gebouw te verwarmen en af te koelen. Door in de winter alle warmtebronnen en in de zomer alle koudebronnen te recupereren, zal onze energiebalans van warmteen koudeproductie bijna nul zijn.”

Dit systeem heeft echter zijn limieten en daarom worden de koeltorens die in fase 1 zijn opgetrokken, bewaard om te worden gebruikt indien nodig, zoals bij een hittegolf. “Een tiental dagen per jaar moeten we ofwel de verwarmingsketels ofwel de koeltorens gebruiken. Maar dat zal niets voorstellen in vergelijking met de huidige consumptie.”

Volgens Didier Lefèvre is de bouw van een passief ziekenhuis nagenoeg onmogelijk: “Het is te duur en technisch op de grens van wat haalbaar is. Wij besloten om voor de isolatie verder te gaan dan wat de wet ons oplegt, zonder dat het een echt passief gebouw is geworden. Door deze verbeterde isolatie zullen we geen energiekosten meer hebben voor warmte- en koudeproductie.”

Groen op elke verdieping

Het nieuwe CHwapi dat stilaan vorm zal krijgen, zal groen en licht zijn. Er wordt veel aandacht besteed aan de oriëntatie en de glazen oppervlakken om te profiteren van zonnewarmte en zo veel mogelijk natuurlijk licht (dakramen) en uitzicht op groene tuinen en patio’s.

In deze optiek kreeg het eerste gebouw van fase 1 een groendak. “Bij zware regenval komt het water daardoor niet meteen in de riool terecht en kunnen zo overstromingen worden vermeden in een stad als Doornik, waar het riolenstelsel relatief verzadigd is”.

“In fase 2 dachten we dat het groene aspect niet alleen goed was in het kader van de duurzame ontwikkeling, maar ook voor onze patiënten omdat studies aantonen dat de omgeving een invloed heeft op de genezing. Het is ook positief voor de esthetiek en het imago van het ziekenhuis. Dus we zijn veel verder gegaan in het proces en we zullen groendaken hebben die toegankelijk zijn, waar bijvoorbeeld revalidatiepatiënten hun oefeningen te doen.”

Ten slotte zal fase 2 ook een mooie gelegenheid zijn om de mobiliteitsaspecten te ontwikkelen. Het autoverkeer zal maximaal worden beperkt rond het ziekenhuis: de kiss and ride zones en de parkings zullen ondergronds zijn en de centrale zone blijft een plaats om te wandelen en te ontspannen. Het zachte verkeer krijgt voorrang omdat de site vanuit het stadscentrum gemakkelijk te voet, per fiets of met het openbaar vervoer bereikbaar is. Er komen comfortabele en beveiligde fietsenstalling, evenals douches voor het personeel. “We willen de aspecten van duurzame ontwikkeling combineren met levenskwaliteit, in het belang van iedereen”, besluit Didier Lefèvre.

Martine Versonne

Kom in mijn ecoteam!

Wie in het CHwapi ‘duurzaam’ zegt, zegt ook organische schoonmaakproducten en, waar mogelijk, korte keten en fair trade (voor bijvoorbeeld koffie) voor de leveringen aan de keuken.

Het afvalbeheer gaat via de traditionele eilanden, zodat ook het publiek afval kan sorteren (PMD, glas, karton). “Op dit ogenblik is er ook een omschakeling van ons B2 (besmet) afval naar B1”, legt Didier Coemelck, algemeen raadgever, uit. We produceerden te veel B2-afval en door het te categoriseren, konden we de volumes verminderen.”

In september volgt nog een belangrijk initiatief: een ‘ecoteam’. “Veel mensen hebben interesse getoond”, zegt hij opgetogen. “We selecteren 12 mensen uit alle categorieën van het personeel. Ze worden gecoacht door lesgevers en zullen nadien in alle ziekenhuisafdelingen meer ‘groene’ maatregelen voorstellen om ecologische voetafdruk te verkleinen. Bijvoorbeeld stekkerblokken plaatsen met een schakelaar die aan het einde van de dag wordt uitgeschakeld, campagnes om de mensen aan te zetten om het licht uit te doen wanneer ze een kamer verlaten… Al deze maatregelen samen hebben een impact op het verbruik.”