Spraak neemt je werk uit handen

13 september 2018

Spraakgestuurde toestellen maken steeds meer deel uit van ons dagelijks leven, met dank aan virtuele assistenten als Siri, Alexa, Assistant en Cortana… En dan groeit natuurlijk het verlangen om van die handigheden ook in je beroepsleven te genieten, ook in de ziekenhuiswereld.

© © iStock

Deze virtuele assistenten hebben overigens al hun opwachting gemaakt in de zorgwereld, met testen van toestellen met deze hulp functie bij het ‘geassisteerd wonen’ voor bejaarden, of personen met een fysieke beperking. Denk daarbij aan aanmaningen om geneesmiddelen regelmatig en op tijd in te nemen, aan het uiterst geduldig telkens weer antwoord te geven op herhaalde vragen, of het activeren van voorzieningen (verlichting, verwarming, …) door personen die moeilijk of niet mobiel zijn. In de komende jaren zal dit aspect van de thuis-en mantelzorg, ook in zorginstellingen, ongetwijfeld uiterst snel aan belang winnen.

De markt voor spraakherkenning technologie groeit overigens stevig, om in 2021 allicht wereldwijd een waarde van 184,9miljard dollar te halen. De medische wereld zal hier zeker zijn aandeel in hebben, ook al gezien de ervaring met spraakinvoer- en –herkenning die in de voorbije jaren al werd opgebouwd. En nog meer als de verwachte verbeteringen in deze technologie en de koppeling met ‘artificiële intelligentie/machine learning’ doorzetten. In de VS stellen 9 op de 10 ziekenhuizen sowieso hun gebruik van spraaktechnologie uit te breiden.

Spraakinvoer en –sturing

Spraakinvoer is overigens al een ouwe bekende in de medische wereld. Al jaren wordt dicteer/spraakherkenningssoftware aangewend om protocollen van onderzoeken door artsen in te spreken. Dat blijkt uitermate handig, zij het vaak in het kader van specifieke disciplines, zoals radiologie, met bijhorende beperkingen inzake ‘format’ (terminologie, structuur van de opmerkingen, etc.).

Vandaag wordt gewerkt aan spraakinvoer voor heel wat meer documenten, met voorop spraak-input in elektronische patiënten dossiers, of het notuleren van gesprekken met patiënten. Ook wordt veel verwacht van ingesproken antwoorden op vragenlijsten, zowel om meteen de data elektronisch beschikbaar te hebben, … als omdat personen blijkbaar meer geneigd zijn eerlijke(r) antwoorden te geven aan een machine dan aan een persoon…

De voordelen van een dergelijke rechtstreeks ingesproken data-input omvatten zowel tijdswinst (voor de arts, patiënt, …), kostenbesparing (geen extra transcriptie kost), evenals meer accurate informatie. Als voordeel wordt vaak een productiviteitsverhoging gezien, maar wellicht is hier het voordeel veeleer ‘beter, gedetailleerder’ dan ‘sneller’. Immers, zelfs in ons tijdperk van het toetsenbord, spreken de mensen nog sneller en vlotter dan ze typen, zodat spraakinput in een EPD allicht een accurater beeld schetst.

Patiënten- en bezoekersinterface

Een tweede ontwikkelingsdomein betreft de spraakgestuurde interface met diensten voor patiënten en bezoekers. In combinatie met virtuele assistent-technologie kan dat gaan om eenvoudige verzoeken (de weg vragen), aspecten van het verblijf in het ziekenhuis, tot eventueel uitleg over aspecten van de medische behandeling. Ook wordt gedacht aan een geavanceerd systeem voor het inroepen van hulp aan verplegers, waarbij de patiënt kan duidelijk maken wat het probleem is. Het systeem kan vervolgens helpen om de urgentie in te schatten, en/of de meest geschikte hulp op te roepen. En natuurlijk kan een patiënt ook rekenen op spraaksturing voor de bediening van verschillende voorzieningen in de kamer of zaal (bediening van bed, televisie, communicatie…).

Met de handen vol

Voorts zal spraaksturing ook een hulp zijn voor het medisch en verzorgingspersoneel wanneer dat letterlijk de handen vol heeft. Ook hier zijn ziekenhuizen zeker niet aan een proefstuk toe. Zo konden chirurgen in 1994 al een beroep doen op AESOP, een spraakgestuurde robotarm. Spraakinterfaces hebben in het OK nadien nog ruimere toepassing gevonden, zeker in een wereld waar de chirurg letterlijk met beide handen apparatuur voor minimale invasieve chirurgie bedient.

Deze voordelen gelden ook voor het verplegend en verzorgend personeel, dat evenzeer geregeld letterlijk de handen vol heeft, en daarbij toch met een toestel wil interageren. Op termijn zal dit onder meer een rol spelen als meer robotten als hulp bij de verpleging en verzorging worden ingezet. In Japan worden zo al heel wat nieuwe modellen van robotten die interageren met patiënten en personeel van spraakinterfaces voorzien. Voor verplegend en verzorgend personeel kunnen de voordelen van spraaksturing soms al in ogenschijnlijke details zitten. Zo toonde een (weliswaar beperkt) onderzoek in een instelling in Wales dat een spraakgeactiveerd mobiel communicatiesysteem voor verplegers heel wat tijdswinst opleverde, … en hen heel wat loopwerk bespaarde.

En voorts is er natuurlijk het bijzondere voordeel dat een spraakinterface ook een aanrakingsvrije interface is, wat van belang is als de handen steriel moeten blijven. Gebruikers moeten zelfs niet de blik of de aandacht op het apparaat zelf houden om het te bedienen.

De verwachtingen zijn dan ook dat spraakinterfaces op heel wat plaatsen in ziekenhuizen hun nut zullen bewijzen. Naast de consultatieruimte, wordt een opgang van spraakinterfaces en -invoer verwacht in de operatiekamer, de intensieve zorgen afdeling, de spoed afdeling, de patiëntenkamer, specialistenafdelingen, kinderafdelingen (o.a. een interessant Alexa-gesteund experiment in het Boston Children’s Hospital) en natuurlijk ook de onthaalruimte van het ziekenhuis.

Niet zonder stoornissen

Dat alles is veelbelovend, maar niet zonder nog een hele rist uitdagingen. Om te beginnen heb je de kostprijs van dergelijke systemen. Op meer precies, de noodzaak om soliede kosten/baten analyse te doen. Vormen deze systemen een echte verbetering, of blijft deze technologie vaak slechts een ‘nice to have’? Het is aan ontwikkelaars dan ook om zo nauw mogelijk met ervaringsdeskundigen ten velde samen te werken, zodat hun systemen echte toegevoegde waarde bieden. Met andere woorden: informeer artsen en verplegers over de mogelijk heden van spraaktechnologie (in combinatie met artificiële intelligentie), en laat hen vervolgens brainstormen over nieuwe ‘skills’ voor die systemen.

Voorts stellen die systemen – zeker als ze cloudgesteund zijn – bijkomende eisen aan de informatie-infrastructuur, in het bijzonder aan de connectiviteitsvoorzieningen. Die moeten dan een navenante mate van bedrijfszekerheid bieden, evenals vertragingen in antwoorden of reacties voorkomen of beperken (geen ‘latency’, zeker als het urgente commando’s of bevelen betreft).

Ook moet een goede werking en gebruik van die systemen verzekerd zijn onder alle omstandigheden. Denk daarbij aan rumoerige omgevingen (spoeddiensten, ruimten waar verschillende personen tegelijk actief zijn, …), maar ook aan een goed ‘verstaan’ en ‘correct interpreteren’ van de opdracht of vraag van de gebruiker. Een niet onbelangrijke uitdaging daarbij blijft de grote verscheidenheid van taal bij de verschillende gebruikers. In teksten over spraak-interfaces wordt verwezen naar ‘verschillende accenten’ van gebruikers, maar dat betreft evengoed dialect en afwijkend taalgebruik… Anderzijds is de ‘hit rate’ van correcte herkenning nu al ver boven de 90% en meer, zeker als het termen betreft die het systeem kent.

De spraakinterface behoort ook zo min mogelijk geijkte formuleringen op te leggen, zoals een specifieke aanhef bij het begin van een opdracht/bevel. Immers, het keurslijf van zo’n formulering (en eventuele fouten hiertegen) kunnen een vlotte werking in de weg staan, in het bijzonder in omstandigheden met stress (spoed, OK, …). Het doel moet een zo natuurlijk mogelijk taalgebruik zijn, met het oog op maximale gebruiksvriendelijkheid.

Kortom, de brede(re) invoering van spraakinterfaces zal allicht op weerstand bij de gebruikers stuiten, als de werking teveel frustraties oplevert of onvoldoende vlot inpast in bestaande procedures (of het systeem te stroef reageert bij eventuele fouten). Natuurlijk kan de gewenning aan spraakgesteunde apparatuur in het dagelijkse leven wel een hulp zijn.

Overigens heeft spraaktechnologie ook een ‘privacy’-kantje. Bij spraakinvoer van gegevens of commentaren (zoals in een patiëntendossier) kan het immers onkies zijn om dat te doen waar derden die informatie kunnen horen… En natuurlijk moet ook een voldoende beveiliging worden gegarandeerd.

Concreet zijn toestellen en diensten met spraaktechnologie verzekerd van een schitterende toekomst, zeker in combi natie met ‘artificiële intelligentie/machine learning’ technologie voor een intelligente ondersteuning van deze diensten. Wel moeten die diensten de toets van de dagelijkse ziekenhuis-praktijk doorstaan, wat een stevige samenwerking met domeinexperten vereist. Vervolgens wordt het een afwegen van de kosten, zowel wat de aanschaf en introductie van toestellen en diensten betreft, als de uitbouw van de nodige infrastructuur… met navenante investeringen. Of hoe deze technologie die uiterst snel aan populariteit wint in het dagelijkse leven, in de medische en ziekenhuiswereld allicht zijn tijd zal nemen die het nodig heeft…

Guy Kindermans